THONE
Jos,
As "Alles
kan (nog) beter"
(Frans Maas - Spoor der kampioenen)
Jos Thoné, Niel-bij-As (België)
Alles kan beter
Op de Vlaamse televisie
verscheen jaren geleden de vermakelijke reeks ‘Alles kan beter’, waarin
onder andere Mark Vanuytterhoeven en Rob Vanoudenhoven op ludieke wijze
bestaande programma’s en nieuwsitems ‘verbeterden’. ‘Alles kan
beter’ zou echter ook het levensmotto kunnen zijn van Jos Thoné, die in
zijn drang naar successen in de duivensport altijd op zoek is naar
verbetering; betere duiven, betere methoden. Vanaf zijn zelfstandige start in
Niel-bij-As is hij vooruitstrevend geweest en heeft hij alle randvoorwaarden
van de duivensport zo functioneel mogelijk ontworpen om zijn tijd maximaal te
kunnen benutten aan de daadwerkelijke verzorging en observatie van zijn
duiven. Alleen op deze manier is het mogelijk om een kolonie die in de winter
zo’n 250 duiven omvat succesvol te kunnen begeleiden; dit naast het feit dat
hij een aangeboren gemak heeft om met een dergelijk aantal duiven om te kunnen
gaan, zoals ik in de loop der jaren heb gemerkt, zonder hierbij de hulp, die
hij van zijn ouders en verzorger Bèr Clemens bij de verzorging ontvangt, te
vergeten. In het verleden heb ik al eens uitvoerig aandacht besteed aan de
opbouw van de kolonie, dus nu ga ik alleen in op het huidige reilen en zeilen
van de kolonie Thoné en de resultaten van het seizoen 2006.
Nationaal kampioen Fond
Jonge Duiven KBDB
Een van de absolute
hoogtepunten van het afgelopen seizoen was ongetwijfeld het behalen van de
nationale titel fond jonge duiven, temeer daar Jos dit onderdeel nu eens tot
een van zijn speerpunten had gemaakt. Dat wil overigens niet zeggen dat er
normaal gesproken geen prestaties van de jonge garde worden verwacht,
aangezien Jos altijd en overal wil presteren, maar afgelopen seizoen werden op
aanraden van Jos’ Engelse vriend Ronnie Biggs de hokken wat gezelliger
aangekleed om zo de jonge duiven wat meer te motiveren. Op de grond van de
hokken van Jos liggen namelijk overal houten roosters en de hokken zijn vrij
neutraal, met grote, diepe bakken. Deze grote bakken werden verdeeld in drie
kleine vakken, een gedeelte van de roosters werd bedekt met houten planken met
daarop stro en de broedbakken werden in verschillende kleuren geverfd. Door
dit alles werden de duiven bakvaster en kwam er meer leven in de brouwerij,
hetgeen extra onderlinge motivatie op het hok bewerkstelligde.
Het nationaal
kampioenschap wordt betwist met de twee getekenden op de nationale vluchten
vanuit Bourges, Argenton, La Souterraine en Gueret, waarvan de beste drie
resultaten gelden. De nationale titel werd behaald met onderstaande
prestaties.
|
|
1e getekende |
2e getekende |
|
Bourges |
378/26984 |
83/26984 |
|
La Souterraine |
46/13964 |
381/13964 |
|
Gueret |
23/2735 |
131/2735 |
De absolute
vaandeldraagster van de ploeg jonge duiven was de ‘Deep Impact’, die voor
drie van de zes nodige prijzen zorgde. Zij vloog 46e nat. La
Souterraine 13.694 d., 83e nat. Bourges 26.984 d. en 131e
nat. zone C Gueret 2.735 d. ‘Deep Impact’ werd gekweekt uit de nestbroer
van de ‘Artificial Jutta’, gekoppeld aan een dochter van ‘Napoleon’.
Voor twee andere prijzen zorgde de ‘Casanova’, die evenwel in het
voortraject nog beter op dreef was met o.a. 1e Melun 3.321 d. en 1e
Orleans 907 d. In totaal was de ‘Casanova’ afgelopen seizoen goed voor 12
prijzen en dit seizoen begon hij meteen op de openingsvlucht weer met een
overwinning. Deze jonge doffer verdiende zijn naam door vrijwel alle jonge
duivinnetjes voor zich op te eisen. Dit nam hem echter zozeer in beslag dat
hij in eerste instantie niet voor mooie prestaties zorgde. Jos greep echter
in, zodat hij nog maar één duivinnetje het hof kon maken en dit was de
‘Deep Impact’. Blijkbaar was dit voor beiden een juiste zet om tot
topprestaties te komen, terwijl ook de andere jonge doffers weer gemotiveerd
raakten, omdat ook zij eindelijk een duivinnetje voor zich op konden eisen. De
‘Casanova’ werd gekweekt uit een kleinzoon van de ‘Sumo’, die Jos had
uitgeleend aan P. Maas (Beesel) gekoppeld aan een dochter van diens ‘Kleine
Rode’. Uit dit koppel werd eerder al de ‘Xamax’ geboren, die o.a. 2e
Haasrode 2.026 d., 3e Hannut 1.684 d., 7e Strepy-Thieu
2.209 d. en 9e Vervins 1.826 d. vloog.
De jonge duiven ten huize
Thoné worden altijd op de schuifdeur gespeeld. Ze worden echter pas
gescheiden nadat ze twee keer vanuit Frankrijk gevlogen hebben. Verduisterd
wordt er vanaf half maart tot begin juni en wel van 17.00 tot 08.00 uur.
Alvorens het seizoen aan te vatten, worden de jongen veelvuldig opgeleerd. Ze
worden wel vijftien tot twintig keer weggebracht, te beginnen op vijf
kilometer. Om de jonge duiven te leren drinken in de reismanden, heeft Jos een
aantal imitatiewanden met drinkbakjes om de situatie van de reismand na te
bootsen.
Avril
Naast het nationaal
kampioenschap met de jonge duiven was uiteraard ook de uitzending naar de
Olympiade in eigen land een hoogtepunt in het seizoen 2006. Nadat Jos ook al
van de partij was geweest op de vorige Olympiade in de categorie Allround met
zijn ‘Olympic Ginwa’, was het nu raak in de categorie ‘Snelheid’ met
de opvallende, witte duivin ‘Avril’. ‘Avril’ is een mooie duivin met
een uiterst karakteristieke kop uit de lijn van de ‘Superman’ (1e
nat. asduif halve fond KBDB 1986) – waar de witte kleur vandaan komt –
gekruist met de lijn van de ‘Napoleon’ en een vleugje ‘Milton’, een
van de topduiven van Jos’ vriend Dirk Leekens. In haar carrière was
‘Avril’ goed voor 56 prijzen, waaronder 35 in de laatste twee seizoenen,
en tien overwinningen op de snelheid; uiteraard allemaal zonder dubbelingen.
Naast het feit dat ze een excellente sprintster is, kan ze ook goed uit de
voeten op de kleine fond, zoals ze als jonge duif bewees door o.a. 52e
nat. Vichy 11.510 d. en 179e nat. La Souterraine 13.988 d. te
vliegen. Haar mooiste resultaten op de snelheid zien er als volgt uit:
1e
Laon
733 d.
1e
Chimay
502 d.
1e
Vervins
480 d.
1e
Laon
438 d.
1e
Mettet
279 d.
2e
Vervins
732 d.
2e
Chimay
705 d.
2e
Laon
693 d.
3e
Mettet
1.923 d.
3e
Chimay
593 d.
3e
Chimay
503 d.
3e
Chimay
489 d.
Kampioenschappen 2006
Onderstaand een kleine
selectie van de behaalde kampioenschappen van het seizoen 2006.
Het zou te ver dragen om ze allemaal te vermelden, maar ik heb de
belangrijkste eruitgehaald. Naast de onderstaande kampioenschappen hebben de
duiven voor Jos nog verscheidene eerste plaatsen in de wacht gesleept, met name
bij de verschillende duivenkranten. Jos zelf hecht, naast de nationale titel en
de afvaardiging naar de Olympiade, met name belang aan het opnieuw winnen van de
‘Gouden Duif’ en de asduiftitels in sterke competities zoals Ave Regina.
1e nat. kampioen Fond Jonge Duiven KBDB
9e nat. kampioen Jaarlingen KBDB
11e nat. kampioen
Grote Halve Fond KBDB
1e nat. asduif meeste prijzen jaarlingen Ave
Regina
1e nat. asduif midfond jaarlingen Ave Regina
1e nat. asduif fond jonge duiven Ave Regina
1e prov. asduif fond jonge duiven KBDB Limburg
(‘Deep Impact’)
1e prov. asduif midfond jonge duiven KBDB Limburg
(‘Casanova’)
1e prov. kampioen midfond jaarlingen KBDB Limburg
2e prov. algemeen kampioen KBDB Limburg
Gouden Duif winnaar (voor de 4e keer)
Drie dames
Jos houdt van een jong
kweekhok en om deze reden wordt dit ook regelmatig grondig verjongd. De oudere
duiven vertrekken dan naar warmere oorden, waar ze bovendien meestal langer
bevruchten dan in ons klimaat, en de vrijgekomen plaatsen worden opgevuld met
actuele toppers en hun nakomelingen. Op dit moment zijn het vooral drie
duivinnen die bepalend zijn voor het aanblik van Jos’ kweekhok. Zij en
verscheidene van hun nakomelingen vormen het grootste deel van de huidige
kweekploeg. We hebben het hier over ten eerste de ‘Artifical Jutta’, ten
tweede over ‘Sini’ en ten derde over ‘Sedna I’.
De ‘Artificial Jutta’
werd zoals haar naam al doet vermoeden geboren uit kunstmatige inseminatie,
waartoe Jos een beroep doet op BIFS in Veldwezelt (Lanaken). Het is mede dankzij
kunstmatige inseminatie dat Jos op korte tijd een behoorlijk aantal jongen van
zijn topduiven kan kweken om deze vervolgens hard te selecteren en de in zijn
ogen beste exemplaren voor de kweek te bestemmen. Vader van de ‘Artificial
Jutta’ is de ‘Sars’ die een uitstekend vererver is gebleken en met wie Jos
op grote schaal aan kunstmatige inseminatie heeft gedaan. De moeder van de
‘Artificial Jutta’ werd gekweekt uit ‘Arnoldus’ x ‘Agnes’. De
‘Artifical Jutta’ vloog in twee jaar 32 prijzen zonder dubbelingen; de
mooiste daarvan zijn de volgende:
2e
nat.
Vichy
11.510 d.
2e
Chateauroux
630 d.
4e
Chimay
1.291 d.
6e
La Souterraine
3.096 d.
8e
Orleans
616 d.
13e
La Souterraine
1.235 d.
16e
Mettet
1.557 d.
19e
Vierzon
2.209 d.
Het beste jong dat de
‘Artificial Jutta’ tot nu toe op de wereld heeft gezet, is de ‘Dora
Mar’, die afgelopen seizoen zowel de 1e prov. Bourges (2e
nat. 11.215 d.) als de 1e prov. Melun vloog, nadat ze het jaar
voordien ook al 19 prijzen had weten te vliegen.
‘Sini’ werd in 2005 1e
asduif in de categorie Allround van de West Europese Landen Cup en 1e
nat. asduif Allround Ave Regina en wist zich in vier seizoenen 54 maal in de
prijzen te vliegen. ‘Sini’ is van vaderskant een kleindochter van de fameuze
‘Nationaal I’ van Karel Schellens en van moederszijde een kleindochter van
een van Jos’ basisduiven de ‘Napoleon’. Evenals de ‘Artificial Jutta’
is ‘Sini’ een echte allroundster die kop vloog van vitesse tot eendaagse
fond. Haar palmares wordt onder andere gesierd door:
1e
Nanteuil
307 d.
1e
Montluçon
165 d.
3e
Chateauroux 12.992
d.
15e
Vierzon
5.357 d.
15e
Laon
1.004 d.
16e
Melun
2.040 d.
78e
Bourges
9.893 d.
346e
nat.
Bourges 26.679
d.
‘Sedna I’ op haar beurt
kende in 2005 als jaarling een geweldige julimaand, door op 2 juli de 206e
nat. St. Vincent te vliegen tegen 10.020 duiven, op 16 juli de 7e
semi-nat. Jarnac tegen 5.005 duiven en de maand in stijl af te sluiten op
Narbonne met de 1e internationaal tegen 5.870 duiven en dit net voor
haar hokgenootje ‘Sedna II’. Dit ranke duivinnetje legde in de maand juli
dus eventjes een 2.600 kilomters af en op wat voor manier. Haar prestatie is zo
indrukwekkend dat de gedachten teruggaan naar die topduivin van Jos uit de jaren
’90, de ‘Poco’, die als jaarling al liet zien probleemloos een Barcelona
aan te kunnen om twee jaar later de nationale overwinning bij de duivinnen voor
zich op te eisen en later ook op het kweekhok tot een belangrijke waarde uit te
groeien. Ook in de afstamming van de ‘Sedna I’ komen we de ‘Poco’ weer
tegen, evenals de ‘Gerda’, 1e int. Barcelona 1996 bij
Willems-Thoné. Daarom is het uiteraard niet vreemd dat de ‘Sedna I’ na haar
overwinning meteen naar het kweekhok is verhuisd en daar ondertussen al wordt
omgeven door verscheidene van haar kinderen.
Versterking
Aangezien dus altijd alles
beter kan, is Jos ook altijd op zoek naar betere duiven. Dit gebeurt zowel door
het aankopen van topduiven als met gesloten beurs in de vorm van ruiling of
samenkweek. Zo heeft Jos bijvoorbeeld enkele jaren geleden nog enkele duiven
geruild met Rik Custers uit Meeuwen en werd er de afgelopen twee jaar met enkele
duiven aan samenkweek gedaan met Rik Cools uit Ruiselede. Een van de
belangrijkste recente aankopen is ongetwijfeld de ‘Nationaal II’, die Jos
aankocht op de verkoping van BIFS, nadat hij er voordien al jongen van had gehad
door middel van kunstmatige insematie. Een van deze jongen, de 05/408, liet als
jonge duif meteen zijn klasse blijken met drie zuivere overwinningen. Dit in
combinatie met het feit dat de ‘Nationaal II’ ook weer een afstammeling is
van de fameuze ‘Nationaal I’ van Karel Schellens, die ook de vader is van
Jos’ topkweker ‘Sars’, deed hem besluiten deze topper te kopen. Als
vlieger schitterde de ‘Nationaal II’ op het hok van A. en R. Turlinckx met
onder andere 1e nat. Limoges zone B 2.287 d. (2003), 6e
semi-nat. Chateauroux 12.422 d. (2004), 8e semi-nat. Montluçon 9.300
d. (2004) en als kers op de taart 1e nat. Limoges 12.743 d., eveneens
in 2004. Een andere manier om zich te versterken is kunstmatige inseminatie
gebleken, waarbij als voordeel geldt dat de jongen die je op deze manier
verkrijgt meteen gekruist zijn met de eigen soort. Op deze manier heeft Jos
onder andere verschillende nakomelingen van de ‘Full Try’, 1e
nat. asduif Grote Fond KBDB 2004 van Jozef Bracke ingebracht.
Totaal weduwschap
Vanaf de zelfstandige start
aan de Kruisstraat in Niel-bij-As heeft Jos onvoorwaardelijk gekozen voor het
totaal weduwschap, omdat met deze methode de kolonie optimaal benut kan worden.
Om dit systeem makkelijk te kunnen uitvoeren bestaat elke afdeling van zijn hok
in feite uit twee delen. Een deel binnen voor de weduwnaars met broedbakken en
aan de achterzijde hiervan een hok met open voorfront en kapelletjes voor de
duivinnen. Indien Jos de duiven bij mekaar wil laten, volstaat het openzetten
van een luikje waardoor de duivinnen zo naar de afdeling van de weduwnaars
kunnen lopen. Bij het uitlaten werkt dit systeem omgekeerd. De duivinnen vliegen
via een gezamenlijke gang tussen de afdelingen uit en de doffers worden via het
luikje naar de duivinnenafdeling gedirigeerd. Na binnenkomst van de duivinnen,
worden de doffers via diezelfde gang uitgelaten en kunnen de duivinnen nadat ze
in hun broedbak hun buikje rond gegeten hebben weer via het luikje in hun eigen
afdeling terugkeren. Bij thuiskomst van de vluchten heeft Jos altijd enkele
losse doffers en duivinnen klaar zitten om te voorkomen dat een duif na de
geleverde prestatie te lang op zijn of haar partner moet wachten.
Voor het spel heeft Jos de
beschikking over vier ploegen van maximaal 16 koppels elk. De eerste ploeg is
bedoeld voor de snelheid en midfond en wordt begin december gekoppeld, mag een
koppel jongen grootbrengen, waarna de duiven worden gescheiden en half maart
weer worden gekoppeld om nog een vijftal dagen te broeden. De tweede ploeg
bestaat uitsluitend uit jaarlingen, die eveneens zijn bedoeld voor de halve
fond. Zij worden echter pas half januari gekoppeld om een koppel jongen groot te
brengen en daarna meteen met het weduwschap te beginnen. De duiven voor de fond
worden pas half maart gekoppeld en mogen alleen broeden alvorens aan het
weduwschap te beginnen. De vierde ploeg bestaat uit de duiven bedoeld voor de
zware fond. Zij worden half januari gekoppeld om tien dagen te broeden. Hierna
worden zij nogmaals half april gekoppeld, maar nu mogen ze slechts een vijftal
dagen broeden alvorens het weduwschap aan te vatten. Naast deze vier ploegen zit
er voor komend seizoen ook nog een ploegje zomerjongen voor de zware fond klaar.
Zij zijn in hun geboortejaar door Bèrke Clemens verscheidene malen weggebracht
tot een honderdtal kilometer en worden dit seizoen verder goed ingespeeld om in
principe op het einde van het seizoen een zware fondvlucht zoals St. Vincent af
te werken. Alleen voor Barcelona wil Jos nog wel eens een uitzondering maken op
het totaal weduwschap, aangezien hij deze vlucht ook graag afwerkt met duivinnen
op kleine jongen.
Hokken
De hokken aan de Kruisstraat
zijn gebouwd uit het oogpunt van optimale doelmatigheid en met in het
achterhoofd de ervaringen die Jos als hokverzorger bij zijn schoonvader Thomas
Peeters had opgedaan. Het is een stenen hok, waarvan de binnenmuren zijn
opgetrokken met Ytong-blokken, die zorgen voor een uitstekende isolatie en
vooral droge hokken. De diepte van de hokken is vijf meter, verdeeld in een
gang, de afdeling voor de weduwnaars en de ren aan de achterzijde voor de
duivinnen. De kwekers hebben bovendien vrije uitloop naar een ren aan de zijkant
van de kweekafdeling. Alle afdelingen zijn voorzien van roosters en alle
broedbakken van mesttransportbanden. Onder de roosters is een grote kelder
voorzien, waarin de mest terechtkomt en die slechts eenmaal per jaar hoeft te
worden schoongemaakt. Hierbij moet wel worden vermeld dat de volledige
buitenzijde van deze kelder uitstekend geïsoleerd is. Indien men dit nalaat creëert
men namelijk een totaal verkeerd effect, waarmee je kilte, kou en klamheid op je
hokken haalt. Hier staan ze een behaaglijk hokklimaat echter geenszins in de weg
en dragen ze bij aan de optimale doelmatigheid waarop ik hierboven al wees.
Indien je namelijk als Jos een kolonie, die in de winter een goede tweehonderd
duiven beslaat, succesvol wil runnen, heb je in zijn optiek namelijk geen tijd
voor bijzaken als het schoonmaken van de hokken. Jos besteedt zijn tijd liever
aan het daadwerkelijke observeren van de duiven.
Grote fond
Voor de grote fond heeft Jos
naar eigen zeggen momenteel niet zo’n goede ploeg zitten en hij is dan ook
druk bezig om dit onderdeel weer wat meer te gaan viseren. Ditzelfde zei hij me
overigens enkele jaren geleden, toen zijn zware fondploeg de overhand had, ook
over zijn eendaagse ploeg en die ‘tekortkoming’ heeft hij inmiddels
klaarblijkelijk toch weer weggewerkt. Het is natuurlijk niet slecht gesteld met
zijn zware fond ploeg, maar hij wil graag met name in de breedte weer sterker
worden om ook op dit onderdeel weer nadrukkelijk te kunnen pieken.
Desalniettemin mag hij ook op dit onderdeel ook nu niet klagen, zeker als je
zijn uitslag van de koninginnevlucht Barcelona van afgelopen seizoen bekijkt.
Een 6 op 13, te beginnen met 63-99-109 en 139 tegen 11.802 duiven. Je zou kunnen
opperen dat het prijspercentage hoger had mogen liggen, maar met vier duiven in
de nationale top 150 kun je toch moeilijk klagen.
Mijn favoriete zware
fondduif van dit moment op het hok Thoné is ongetwijfeld de ‘Musa’, die in
2005 naar het kweekhok is verhuisd. In zijn actieve carrière zorgde hij onder
andere voor: 12e nat. Perpignan 6.246 d.,16e nat.
Perpignan 7.198 d., 66e nat. Marseille 4.093 d.,165e nat.
Marseille 4.183 d., 313e nat. Dax 5.026 d., 339e nat.
Narbonne 8.204 d., 422e nat. Perpignan 7.537 d. en 790e
nat. Perpignan 8.041 d. Vader van de Musa is de ‘Kirui’, eveneens vader van
de ‘Arnold’, 1e int. Barcelona 1997, terwijl zijn moeder is
ingeteeld naar de fameuze ‘Poco’.
Een duivinnetje van de
nieuwe generatie fondduiven, met eveneens een voorkeur voor Perpignan, naar het
zich laat aanzien, is de ‘Nias’. ‘Nias’ werd gekweekt uit een halfbroer
van de ‘Gerda’, 1e int. Barcelona 1996, gekoppeld aan een dochter
van de ‘Carla’. In drie jaar Perpignan zorgde zij voor de volgende
prestaties: 3e int. Perpignan 3.934 jl. 2003, 104e int.
Perpignan 17.570 d. 2004 en 352e int. Perpignan 17.653 d. 2005.
Uitslagen 2006
Bourges
nat.
19.061 d.
23-28-32-34-53-70-164, enz.
(17/26)
Vierzon
prov. 2.605
d.
17-25-31-200-366-597
(06/07)
Limoges
prov. 1.024
d.
2-5-12-26-85-87, enz.
(08/12)
Gien
471
d.
1-2-3-4-6-8, enz.
(11/20)
Barcelona
nat. 11.802
d.
63-99-109-139, enz.
(06/13)
La
Souterraine
nat.
13.965 d. 44-46-140-150-225,
enz.
(33/51)
Voer, bijproducten en
medische begeleiding
Enkele jaren geleden heeft
Jos in samenwerking met de firma Beyers zijn eigen mengeling ontwikkeld, die hij
nu het hele jaar door aan zijn duiven geeft. Wel voegt hij er afhankelijk van de
behoefte van de duiven eventueel een bepaalde soort granen of zaden aan toe. Zo
voegt hij gedurende de kweek vanaf drie dagen voor het uitkomen van eieren tot
aan het spenen van de jongen 30% Luikse mengeling toe. In de ruiperiode wordt er
per kilo voer een handvol ruizaad toegevoegd en in het vliegseizoen krijgen de
duiven naar de inkorving toe extra cribbs maïs, gepelde zonnepitten en
pinda’s.
Voor wat betreft de medische
begeleiding van zijn duiven vertrouwt Jos op de diensten van Ferdi Vandersanden
uit Veldwezelt. Regelmatig worden er bij hem enkele duiven en wat mest ter
controle aangeboden en naar aanleiding van zijn bevindingen wordt er gehandeld.
Met name de zogenaamde ‘swab-test’ waarbij wat keelslijm, zoals dat ook bij
een normaal keeluitstrijkje wordt weggenomen, voor bacteriologisch onderzoek
wordt opgestuurd naar de universiteit van Luik, zorgt voor waardevolle
informatie over de gezondheidstoestand van de kolonie. De uitslag vertelt niet
alleen of er sprake is van een te hoge concentratie van een bepaald soort
kiemen, maar ook met welk medicijn deze het best bestreden kan worden. Dit
voorkomt dat je met het verkeerde medicament aan de slag gaat en er zo niet
alleen geen resultaat is, maar er bovendien resistentie ontstaat. Alleen tegen
trichomonase wordt ongeveer eenmaal per maand gedurende drie à vier dagen blind
gekuurd.
Qua bijproducten zijn het
eveneens de producten van Ferdi Vandersanden die op het menu staan. Het
basisproduct is Vior, dat de zuurgraad verhoogt en zo besmettingen in de kiem
moet smoren en verstrekt wordt via het drinkwater. Andere producten uit het
gamma van dr. Vandersanden die Jos regelmatig aan zijn duiven geeft zijn met
name Vigoramine (vitaminen & aminozuren), Oligofertil (vloeibare mineralen)
en vooral de Performoil (olie). Ook hecht Jos veel belang aan het druppelen van
zijn duiven met de antibiotica-vrije druppels van Vandersanden om te voorkomen
dat er vaak tegen kopziekten opgetreden moet worden. Jos zei me ooit: “Je kunt
kiezen; regelmatig druppelen of veel kuren. Ik prefeer het eerste.” Hierbij
moet wel worden vermeld dat zijn vader deze taak vaak op zich neemt. Omdat
Jos’ vader al bij dag en dauw op is, komt het voor dat hij al een 150 jonge
duiven heeft gedruppeld als Jos opstaat.
Ontsmetting
Afgelopen winter heeft Jos
op het gebied van hokontsmetting iets nieuws geprobeerd. Hij heeft zijn hokken
ontsmet met behulp van een vernevelapparaat van Frans Veugen Bedrijfshygiène BV
uit het Nederlandse Nederweert. Met dit apparaat wordt een desinfectiemiddel van
de firma CID Lines uit het Belgische Ieper, aangelengd met water, verneveld in
de lege hokken. De voordelen van dit systeem zijn dat het in de eerste plaats
uitermate makkelijk en snel gaat en dat ten tweede de hokken nauwelijks nat
worden en in een mum van tijd weer volledig droog zijn. Het gebruikte
desinfectiemiddel wordt ook gebruikt in tal van andere sectoren van de
veehouderij en wordt in West-Vlaanderen ook al gebruikt om de duivenwagens mee
te desinfecteren. Het product is werkzaam tegen vrijwel alle virussen en
bacterieën die dierziekten kunnen veroorzaken. Veel belangrijker dan voor de
desinfectie van zijn eigen hokken, lijkt Jos dit systeem dan ook vooral voor in
de duivenwagens en met name om twee redenen. Ten eerste om toch te kunnen spelen
in tijden van vogelpest, waarbij zijn idee is dat indien de wagens na de lossing
ter plekke worden gedesinfecteerd er hiertegen geen bezwaren meer kunnen worden
opgebracht. Ten tweede lijkt het hem een uitstekend middel in de strijd tegen
ziekten bij met name jonge duiven, zoals adeno-coli, en de daarmee gepaard
gaande verliezen. Hij vermoedt en hoopt dat door de wagens meteen na de lossing
te desinfecteren en daarmee de infectiedruk tijdens het transport aanzienlijk te
verlagen er op dit gebied minder problemen zullen zijn en ook de verliezen sterk
beperkt kunnen worden.
Seizoen 2007
Voor het seizoen 2007 zal
Jos vooral op de ingeslagen weg verdergaan, alhoewel wellicht enkele accenten
verlegd zullen worden. In de eerste plaats waarschijnlijk weer wat meer aandacht
voor de zware fond en op de fond zal Jos proberen nog meer de nationale vluchten
te viseren. Of hij weer zoveel tijd zal inruimen voor het spel met de jonge
duiven, wist hij nog niet, maar één ding is zeker; ondanks dat hij in zijn
carrière vrijwel alles gewonnen heeft wat er te winnen valt, is zijn wil om te
winnen onverminderd groot en uiteraard ‘kan alles beter’.