Jos
Thoné, As
Kop
op alle onderdelen
1.
Introductie
Aan de Kruisstraat in het kleine gehucht Niel bij As in België woont de
waarschijnlijk meest succesvolle duivenmelker van zijn tijd, Jos Thoné. Op zijn
indrukwekkende palmares prijken o.a. vier wereldtitels Versele Laga, nationale
en provinciale kampioenschappen, een olympiade-deelname en nationale en
provinciale overwinningen.
De nu 41-jarige Jos is getrouwd met Gaby en heeft twee zoons, Xavier en
Maxim, die nu op een leeftijd zijn gekomen dat ze daadwerkelijk hun eerste eigen
stappen in de sport zetten en Jos heeft ze dan ook een eigen afdeling met jonge
duiven toevertrouwd. Momenteel is Jos, nadat hij wegens te uiteenlopende
zakelijke ideeën met de andere eigenaar dhr. Jorissen uit het World Pigeon
Center is gestapt, huisvader en kan hij zijn tijd ideaal verdelen tussen zijn
kinderen en de duiven.
Jos is een vertegenwoordiger van een nieuwe generatie duivenmelkers
(waartoe ik o.a. ook Eric Limbourg uit Brussegem reken) met vooruitstrevende
ideeën en doelen, die geheel tegen de zich steeds meer ontwikkelende
specialisatie in juist alle onderdelen van de duivensport proberen te spelen,
van vitesse tot overnachting. Er zijn nog wel een aantal hokken te noemen, zoals
onder andere de Fam. Eijerkamp en de Fam. Herbots, waar alle onderdelen worden
gespeeld, maar daar valt de verzorging voor de verschillende onderdelen onder
verschillende personen, terwijl Jos, niet geheel gespeend van hulp, zelf voor
alle onderdelen verantwoordelijk is. In Nederland is dit op een dergelijke
schaal eigenlijk, voor zover ik weet, alleen Harm Vredeveld uit Coevorden
gelukt. Op kleinere schaal maakt momenteel wel Harrie Winkens uit Itteren
furore. Alhoewel hij ‘pas’ 41 is heeft hij eigenlijk al alles gewonnen wat
er te winnen valt. Hij begon in 1991 voor zichzelf en reeds 6 jaar later had hij
onder andere 28 provinciale en interprovinciale overwinningen op zijn naam
staan.
Eigenlijk is hij altijd al bezeten geweest van duiven. Tot 1977 speelde
hij thuis samen met zijn vader. In die tijd was de bekende melker Jan
Grondelaers uit Opglabbeek zijn grote idool en hij heeft dan ook heel wat
fietstochtjes naar Opglabbeek gemaakt om daar door de spijlen van de afrastering
de hokken en duiven van de ‘grote’ Grondelaers te bewonderen. Van 1977 tot
1991 was hij, afgezien van de tijd dat hij zijn dienstplicht vervulde,
hokmanager van het hok Peeters in As. In deze periode leerde hij niet alleen de
kneepjes van het vak tot nabij het perfectionisme, maar groeide in hem ook de
idee wat hij in het leven wilde bereiken. Hij wilde voor zijn 30e een eigen huis
met duivenhokken gebouwd naar zijn inzichten en met daarop topduiven realiseren.
Daar dit echter geen goedkoop ideaal was had Jos op een gegeven moment drie
banen, als hokmanager bij Peeters in As, overdag diep onder de grond als
mijnwerker en ‘s avonds nog als leraar informatica op een vormingscentrum. Aan
zijn hokmangerschap bij Peeters heeft Jos ook zijn vrouw Gaby, dochter van
Thomas Peeters zelf, ‘overgehouden’ en samen met haar maakte hij van zijn
idealen definitieve plannen. In 1989 werd aangevangen met de bouw van het huis.
De kosten van de bouw vielen echter toch hoger uit dan verwacht en op een
gegeven moment stond Jos voor de keuze of het huis van binnen geheel af te
werken en een jaar of twee te wachten met het zetten van een hok of de
inrichting van huis en hok te laten wachten om toch maar het hok te kunnen
bouwen. Jos koos voor het laatste en deze gok, want dat was het wel degelijk,
heeft buitengewoon goed uitgepakt voor hem.
In 1991 kon Jos dan aanvangen met spelen. Hij deed dit met een aantal
duiven dat hij gekocht had bij zijn schoonvader, waaronder de ‘Mooiste Reus’
B90-5105244 (o.a. vader van de ‘Kleine Molenaar’) en een 300-tal jongen die
hij bij zijn vrienden had laten ringen, allemaal van de oude soort van zijn
schoonvader, met name van de lijnen van de ‘Superman’ en de ‘Oude
Grijze’. Uit deze duiven selecteerde hij er zo’n 150 waarmee hij begon te
spelen. Dat eerste jaar werd er, bij gebrek aan geld voor broedhokken en
schapjes, gespeeld vanaf kartonnen dozen. Dat luxe voor een duif echter geen
voorwaarde voor prestaties is, lieten de duiven al snel blijken en ze kwamen
zelfs zo goed dat ze al snel hun eigen inrichting alsmede die van het huis
bijeen verdiend hadden. Wanneer je spreekt over de duivensportbeleving van Jos
Thoné kom je altijd terug op twee kernbegrippen: allround
en maximaal rendement. Het zijn
ook deze twee begrippen die hij vanaf het begin consequent heeft doorgevoerd. Allround:
hij wil op alle onderdelen van de duivensport van vitesse tot overnachting
deelnemen en scoren. Zoals hij zelf zegt: “Als ik ga, ga ik om de eerste te
winnen”. Maximaal rendement: het
maximale uit je duiven en je duivenbestand halen. Toen hij begon wilde hij geen
overbodige duiven op zijn hokken, dus alleen maar vliegers en geen
voedsterduiven of vasthouders. Tegenwoordig beschikt Jos wel over een afdeling
met kwekers, dat echter, afgezien van enkele aankopen, vrijwel uitsluitend bezet
is met duiven die hun kunnen eerst op de vluchten bewezen hebben. Maximaal
rendement betekent ook de keuze voor het totaal weduwschap dat hij vanaf zijn
start in 1991 heeft beoefend, waardoor hij meteen niet alleen wist wat de goede
doffers waren, maar ook wat de goede duivinnen waren. Maar hierover later meer.
Maximaal rendement betekent ten slotte voor Jos Thoné dat hij zijn duiven
stevig aan de tand voelt. “Volgens mij is hard zijn voor je duiven geen
probleem mits de omstandigheden goed zijn. Een duif kan ontzettend veel hebben
als ze maar conditie hebben.” Hard spelen en hard selecteren dus, want uit de
overgebleven duiven moet de kweek voor het jaar nadien gebeuren.
Dit was dus de start van zijn zelfstandige duivenmelkersloopbaan en
vanaf het begin heeft hij gekozen voor een strakke route die tot op heden de
leidraad voor zijn successen is. In de volgende aflevering zullen we kijken naar
het spelsysteem en de verzorging zoals die door Jos gehanteerd worden.
2.
Spelsysteem en verzorging
Jos Thoné is bepaald geen kleine liefhebber en als je zoals hij op alle
onderdelen wil uitblinken is dit waarschijnlijk ook noodzakelijk. Momenteel
bevolken zo’n 450 duiven zijn hokken en hij verzorgt deze vrijwel geheel
zelfstandig. Hulp in de sport krijgt hij van twee personen. In de eerste plaats
is dit Robert Clemens, die Jos vanaf de start in 1991 in de sport heeft
bijgestaan. Robert is de man van het weekend op het hok Thoné. Hij helpt bij
het pakken van de duiven en brengt ze naar het lokaal voor de inkorving. Bij
terugkomst van de duiven helpt hij ook met klokken, hetgeen volgens het
Belgische systeem (niet electronisch constateren onder de 500 km en boven 500 km
alleen met controlegummi in busjes), wanneer je zoals Jos met veel duiven wenst
te spelen, geen overbodige luxe is. Na de vluchten brengt Robert ook de klokken
naar het lokaal, aangezien Jos van mening is dat hij op de hokken aanwezig dient
te zijn voor de teruggekomen c.q. terugkomende duiven. Dit zeker gezien het feit
dat Jos alle onderdelen speelt en hij dus elk weekend van verscheidene vluchten
duiven dient op te wachten. Bovendien is Robert verantwoordelijk voor het
africhten van de duiven en het bijhouden van de duivenadministratie in de
computer. De tweede helpende hand wordt Jos geboden door Leon Geebelen. Leon is
in tegenstelling tot Robert juist door de week aanwezig en wel van 8 tot 10 uur
‘s morgens. Hij verschoont dan de drinkbakken, stofzuigt de gang voor de
hokken (Jos krijgt door zijn bekendheid heel wat aanloop, dus een beetje
properheid is wel geboden) en voorziet in eventuele andere kleine klusjes.
De 450 duiven zijn gehuisvest op een 60 meter lang, stenen hok in
L-vorm, voorzien van een pannendak. Het hok is opgetrokken uit baksteen met een
luchtspouw naar het binnenwerk, dat is opgetrokken uit Ytong-blokken, die zeer
doeltreffend vochtwerend werken en termperatuurschommelingen ernstig inperken.
Het gehele hok is voorzien van een gang van ongeveer 1 meter breed, die voor de
hokken langs loopt. Alle hokken zijn voorzien van traliedeuren, zodat men vanaf
de gang zo de hokken inkijkt. Tussen elke afdeling is er op de gang een
schuifdeur aanwezig. De verluchting geschiedt via deze traliedeuren over de
gang, die van boven ook met traliewerk is afgewerkt, door het dak. Om de
verzorging goed te kunnen uitvoeren bij een dermate groot aantal duiven vindt
Jos dat je je tijd niet moet verdoen met schoonmaken. Veel belangrijker vindt
hij observatie en het handtam maken van de duiven. Daarom heeft hij op alle
hokken roosters, met daaronder een kelder waarin de mest wordt opgevangen. Zelfs
de broedhokken zijn voorzien van roosters met daaronder een mechanische
transportband. De hokken zelf zijn op zich best ondiep, zowat 1,20 meter vanaf
de traliedeuren tot achter in de broedhokken. Dit voorkomt o.a. schuwe duiven.
De weduwnaars zijn gehuisvest aan de voorkant van de hokken in de
broedbakken, terwijl de weduwduivinnen aan de achterkant van het hok op
schapjes, waarin oogcontact niet mogelijk is, zitten. De weduwnaars hebben in
hun broedhok allemaal een verwarmingsplaatje liggen, dat bij vochtig weer wordt
aangezet. Bij de duivinnen is hiervan geen sprake, aangezien deze volgens Jos
veel minder hinder van ondervinden dan doffers. De duiven worden uitgelaten via
grote openslaande deuren per afdeling. Deze deuren zijn geheel voorzien van glas
voor de daglichtvoorziening en zijn tevens de enige daglichtvoorziening voor de
hokken. De kwekers beschikken over eenzelfde huisvesting als de weduwnaars, met
dit verschil dat zij een vrije doorloop hebben naar een grote overdekte ren,
waarin ze vrijelijk kunnen vertoeven.
Wanneer je Jos Thoné vraagt naar zijn manier van voeren, en dat gebeurt
vrij vaak, komt er geen eensluidend antwoord uit. Kort gezegd komt het erop neer
dat hij op gevoel voert. De weduwnaars worden in bakjes in het broedhok gevoerd,
terwijl de duivinnen en de jonge duiven in een gezamenlijke voerbak worden
gevoerd. Van het voeren van de kwekers maakt hij heel weinig werk. Zij krijgen
altijd volle bak en hebben hiertoe een grote voerbak met reservoir waar 25 kg
voer in kan. Deze wordt pas bijgevuld wanneer hij leeg is. De vliegduiven worden
altijd, ook de fondduiven, opgevoerd. Bij korte lichte vluchten voert hij
natuurlijk later op, dan bij een zware fondvlucht. Dit moet je zelf een beetje
aanvoelen. Als stelregel neemt Jos zelf dat hij goed gevoerd heeft, wanneer de
duiven na de avondtraining nog enkele granen laten liggen. Aan mensen die denken
dat ze het voeren niet onder de knie hebben of die hun duiven bijvoorbeeld
wegens hun werk vaak door anderen moeten laten verzorgen, adviseert Jos het
volgende: “Zet iedere dag de volle voerbak op het hok en haal deze na een
kwartier weg. Dan weet je zeker dat ze niets te kort komen en toch blijven
luisteren.” Aangezien hij van mening is dat hij er zelf te weinig van weet om
de kwaliteit van voer te beoordelen, koopt Jos zijn voer altijd van de grotere
firma’s; momenteel van Versele Laga en Beyers. Als bijproducten gebruikt Jos
naast standaard producten als grit, roodsteen en piksteen, Aviol en Bichol
(vergelijkbaar met Sedochol). Regelmatig bevochtigt hij het voer met wat olie
(Performoil, dr. Vandersanden) om er biergist of vitamine-poeder (Vigoramine,
dr. Vandersanden) overheen te doen. Wanneer hij denkt dat het nodig is, wendt
hij zich voor medisch advies tot gespecialiseerd dierenarts Ferdi Vandersanden
te Veldwezelt.
Zoals reeds vermeld in de eerste aflevering, speelt Jos Thoné al zijn
duiven op totaal weduwschap. Dit geldt voor alle duiven, jong en oud, en voor
alle afstanden, van vitesse tot overnachting. Dit systeem heeft Jos vanaf het
begin om drie redenen aangewend. In de eerste plaats is het minder bewerkelijk
dan nestspel en ten tweede leer je zo het best de kwaliteiten van al je duiven
kennen. Ten derde kun je de duiven door het totaal weduwschap veelvuldig spelen.
Ook hier geldt: veel kweken, veel spelen en hard selecteren. In sommige gevallen
echter wijkt hij van het totaal weduwschap af. Jaarlijks doet hij dit voor de
koninginnevlucht uit Barcelona, waar hij altijd met een aantal nestduiven én
een aantal weduwnaars/ weduwduivinnen op speelt. Ook wijkt hij van het totaal
weduwschap af wanneer hij bang is dat de duiven hem in de rui zullen vallen. Dit
was bijvoorbeeld het geval op de interprovinciale St. Vincent van dit jaar en
internationaal Perpignan twee jaar geleden, toen hij 19 duiven mee had, die
allemaal op een andere neststand zaten.
In de volgende aflevering zullen we de eendaagse duiven en prestaties
van Jos onder de loep nemen.
3.
Vitesse, Midfond en Eendaagse Fond
Voor deze drie onderdelen van onze sport beschikt Jos Thoné in feite
over één soort duiven. En alhoewel ik het nu wel doe is het bij het hok Thoné
zelfs moeilijk om een scheiding te maken tussen de duiven voor het eendaagse
werk en de duiven voor de overnachting, aangezien Jos deze twee soorten
regelmatig kruist en eigenlijk vooral over allround duiven beschikt. Dit zien we
onder andere terug in de ‘Karida’ B 93-5010014, een achterkleindochter van
de ‘Superman’ B 82-5192253 die in 1986 1e nat. duifkampioen Midfond was. De
Karida daarentegen toont zich vooral op de verre vluchten van haar beste kant,
met o.a. 8e int. San Sebastian tegen 6.841 d.. Om het overzichtelijk te houden
zal ik echter bij de behandeling toch proberen de scheiding tussen de duiven
voor het eendaagse werk en de overnachters in stand te houden. Jos heeft zijn
basislijnen onderverdeeld in een aantal groepen van duiven en ik zal deze
onderverdeling bij het voorstellen van zijn kolonie ook volgen.
De eerste groep is de Groep Napoleon. Deze lijn is, zoals de naam al aangeeft, gebaseerd op de ‘Napoleon’ B 93-5010004. Deze statige blauwe doffer, met in zijn afstamming nog de ‘Goede Jaarling’ van Jos’ jeugdidool Jan Grondelaers, was zelf een zeer goede vlieger met o.a.:
1e Reims 6.459 d.
1e Marne 1.514 d.
4e Sens 5.785 d.
8e Marne 3.990 d.
Belangrijker echter nog is de kweekwaarde van deze doffer en zijn
familieleden. Zijn zus de ‘Nefertete’ vloog de 1e nat. Bourges (duivinnen)
1996 (3e snelste van 28.706 d.) en is moeder van de ‘Ulla’, 1e prov. Limoges
1996 (8e nat. 19.676 d.) en 1e prov. La Souterraine 1997. Een kleindochter van
de ‘Napoleon’, de ‘Sheila’ vloog de 1e prov. Orleans 1997 tegen 10.037
d.. Andere topduiven uit deze lijn zijn o.a. het ‘Blokje’, 6e nat. asduif
snelheid L.D.S. en de prachtige duivin ‘Isis’ die vijf eerste prijzen vloog
en 36 x binnen de eerste tien wist te eindigen.
In 1986 werd de ‘Superman’ 1e nat. duifkampioen Midfond van België
en toen Jos deze duif voor het eerst in handen kreeg op het hok bij de
toenmalige eigenaar wist hij dat hij niet zou vertrekken zonder deze duif. De
‘Superman’, een doffer met Janssen Arendonk origine, heeft een geweldig
stempel op de kolonie van Jos Thoné gedrukt en is stamvader van de Groep Superman. Op kweekgebied is het vooral de ‘Deen’ geweest
(meer hierover bij de Groep Deen) die
Jos succes heeft gebracht, terwijl op vlieggebied waarschijnlijk de ‘Volaré’,
1e prov. asduif K.B.D.B 1994 en 1e nat. asduif 250 km Ave Regina, de meest
succesvolle nazaat van de ‘Superman’ is. Om een aantal toppers uit deze lijn
te noemen: ‘Arnoldus’, mede-winnaar 1e wereldkampioenschap snelheid Versele
Laga 1996, ‘Singapora’, 1e prov. Vierzon (jl) 1997, ‘Karida’, het
‘Fenomeentje’ van Rik Hermans uit Waalre en ‘Kabila’, 1e prov. Bourges
1997 tegen 3.727 d..
Groep
Deen:
zoals reeds hierboven vermeld is de ‘Deen’ B 87-5161887 een directe zoon van
de ‘Superman’. Nadat een van zijn kinderen een 1e nationaal had gevlogen in
Denemarken, werd de ‘Deen’, zoals zijn naam al deed vermoeden, verkocht naar
Denemarken. Toen bij Jos zelf, kinderen uit de ‘Deen’ zich ontpopten tot
echte toppers, kocht hij hem voor een klein vermogen terug.
De ‘Deen’ is vader van:
‘Fortuna’ B 93-5010010 autowinnares en 1e prov. asduif Midfond K.B.D.B.
'Tara' B 95-5119252 1e St-Witz 2139 d.
Marco B 95-5119749 1e asduif Midden Limburg(jl)
Manuela B 91-5080040 1e prov. La Souteraine moeder 1e prov. Limoges
Een zeer kleine groep op het kweekhok van Jos Thoné is de Groep
Milton. ‘Milton’
B 90-5109916 was een absolute topper toen hij door Jos’ goede vriend
Dirk Leekens op de eendaagse fondvluchten werd gespeeld. Hij vloog o.a. 1e prov.
Argenton en 1e prov. La Souterraine. Door zijn prestaties behaalde hij de
volgende titels: 2e asduif L.D.S. Lichte Fond 1991, 1e asduif Fond B.D.S. 1992
en 1e asduif Semi-Nationaal 1992. Na zijn actieve carrière verhuisde deze
doffer naar het kweekhok van Jos, waar hij al verschillende goede nazaten heeft
gegeven. Met name de koppeling met duiven uit de Napoleon-lijn pakt erg goed. De
‘Milton’ is vader van ‘Didlinde’, 2e semi-nationaal Argenton 4.861 d. en
‘Sheila’, 1e prov. Orleans 10.037 d.. Bovendien is hij grootvader van de 1e
prov. Clermont Ferrand en van de 1e prov. asduif Fond Limburgs Fond Marathon.
De vijfde en laatste groep die ik hier behandel is de Groep Mooiste Reus, alhoewel zometeen zal blijken dat ik deze groep ook in de volgende aflevering over de overnachters van Jos Thoné zou kunnen behandelen. De duiven uit deze groep kunnen namelijk kopvliegen op vluchten van 200 tot 1000 km. De stamvader van deze groep is de ‘Mooiste Reus’ B 90-5105244 een machtige grijze doffer en nog één van de duiven die Jos bij zijn zelfstandige start bij zijn schoonvader Thomas Peeters uit As kocht. De beste kweker uit de ‘Mooiste Reus’ is de ‘Valentino’. Hij is o.a. vader van ‘Sjaloom’ B 93-5010473, een donkergrijze duivin met een prachtige erelijst:
1e Soissons 735 d.
3e Argenton 1.790 d.
4 e Orleans 1.578 d.
5e
La Souterraine
1.791 d.
7e
Toury
2.145 d.
9e
Sens
994 d.
De beste vliegduif uit de ‘Mooiste Reus’ is zonder twijfel de ‘Kleine Molenaar’ B 98-5075521. Vergis u niet in zijn naam, de ‘Kleine Molenaar’ is beslist geen kleine doffer, voor veel fondmannen is hij misschien wel te groot. Wel is hij ongelofelijk licht voor zijn grootte. Bovendien maakt dit allemaal niets uit, als de duiven maar hard naar huis komen en dat lukt deze doffer wonderwel. Hij vloog o.a.:
51e int.
Bordeaux
11.644 d.
51e nat.
Montauban
7.220 d.
37e nat.
Marseille
4.093 d.
76e nat.
Perpignan
6.246 d.
Onder meer door deze topprestaties werd hij reeds 1e prov. asduif Fond
K.B.D.B., 1e prov. asduif Marathon, 7e nat. asduif Fond K.B.D.B. en 1e nat.
asduif Fond Télévie.
4.
Fond
Waarschijnlijk is de naam Jos Thoné in de volksmond van duivensportland
het meest verbonden met dit onderdeel van onze sport, de lange drachten. Dit is
niet zo vreemd als je een voormalig winnaar van de koninginnevlucht Barcelona
bent. Desondanks geniet dit onderdeel van de sport bij Jos niet meer voorkeur
dan de andere, hij is op en top allrounder. Maar Barcelona zal voor hem
waarschijnlijk altijd, nog meer dan voor andere melkers, een speciale vlucht
blijven, en dan niet alleen door zijn internationale overwinning in 1996, maar
vooral door zijn geweldige erelijst op deze Spaanse klassieker door de jaren
heen.
De huidige fondkolonie is feitelijk opgebouwd uit (een combinatie van)
twee groepen duiven. Enerzijds de reeds in de vorige aflevering voorgestelde Groep
Mooiste Reus en anderzijds een groep duiven gebaseerd op een viertal
pijlers, een viertal basisduiven die allemaal hun sporen juist op Barcelona
verdiend hebben. Dit zijn achtereenvolgens de ‘Poco’, 1e int. Barcelona
jaarlingen 1993 (toen mocht dit nog) en 1e nat. Barcelona duivinnen 1995, de
‘Polanova’, 1e int. Barcelona jaarlingen 1994, de ‘Gerda’, 1e
internationaal Barcelona 1996 en de ‘Arnold’, 1e internationaal Barcelona
1997. U ziet dat ik hierboven niet gelogen heb toen ik sprak over Jos’
geweldige erelijst op Barcelona. In het kader kunt u bovendien zien dat hiermee
de koek niet eens op is.
De ‘Poco’ is de absolute stamduif van Jos zijn fondkolonie en
bovendien zijn lievelingsduif. Naast haar geweldige prestaties heeft ze namelijk
ook voor een zeer goed nakweek gezorgd. In haar geboortejaar speelde Jos de
‘Poco’ al meer dan 5000 km, waaronder twee vluchten van meer dan 700 km. De
laatste vlucht die ze als jonge duif voorgeschoteld kreeg was Brive (720 km).
Dat werd een zeer zware vlucht en op de dag van lossing kwamen er slechts een
paar duiven door. Toen Jos in het donker de klok wilde pakken om naar het lokaal
te gaan, hoorde hij op de afdeling van de jonge duiven een duif die probeerde
naar binnen te komen. U raadt het al, dit was de ‘Poco’, die in het duister
haar doorzettingsvermogen had getoond. Veel mensen die iets van duiven schenen
of meenden te weten zeiden toen tegen Jos dat hij haar kapotgespeeld had. Maar
Jos was jong, eigenwijs en hardleers - ik herken dat wel - en had bovendien
vertrouwen in het duifje, zelfs zoveel dat hij haar als jaarling naar Barcelona
durfde te zetten. Ze stelde zijn vertrouwen niet teleur en was zoals hierboven
beschreven de snelste van alle jaarling Barcelonagangers. In 1994 zette de
‘Poco’ zich door als topduif door ook bij de oude duiven in de eerste 100
nationaal te eindigen. Het jaar nadien bleef op een gegeven moment de doffer van
de ‘Poco’ achter en ze liep op een andere afdeling tegen een late doffer aan
en kwam met hem op een nestje, waarvan ze niet af te branden was. Ondertussen
begon steeds meer de klasse van deze lijn te blijken - ook de ‘Polanova’
werd uit de zelfde lijn gekweekt - maar Jos wilde haar alvorens haar op de kweek
te zette toch nog een keer op Barcelona spelen. Wederom stelde ze hem niet
teleur, ditmaal door de 1e nationaal bij de duivinnen te winnen.
De Poco-lijn heeft inmiddels bewezen de beste lijn bij Jos te zijn voor
de fond. Met name op Barcelona blijken ze in hun element. Om dit geen loze
woorden te laten zijn, zal ik een aantal van de toppers uit deze lijn aan u
voorstellen. In de eerste plaats natuurlijk de internationaal overwinnaar van
Barcelona in 1997 tegen 24.949 tegenstrevers, de ‘Arnold’ van Valentin
Vanheusden uit Diepenbeek. De ‘Arnold’ is ingeteeld naar de ‘Poco’. Zijn
vader komt uit een halfbroer van de ‘Poco’, terwijl de moeder een halfzus
van ‘Poco’ is. Verder nog: De ‘Stradivarius’ B 91-5080212, heeft
dezelfde vader als de ‘Poco’ en won o.a. 2e prov. La Souterraine 1.776 d. en
werd 2e semi-nat. asduif Fond 1992. De ‘Madira’ B 94-5018743, 14e int.
Barcelona 20.129 d. en 1e asduif ZLU Euregio overnachting. De ‘Wilbert’ B
90-5105104, 1e prov. Cahors 1992 en 10e nat. Bordeaux. De ‘Butterfly’ B
92-5000538, 21e nat. Brive 16.560 d., maar ook 11e prov. Bourges, 11e prov.
Jarnac, 13e prov. Reims en 20e nat. Argenton. De ‘Jarnac’ B 91-5080065, 1e
prov. Jarnac 1993 1.190 d. (8e semi-nat. 3.260 d.), 3e prov. Jarnac 1992 2.288
d. (3e semi-nat. 4.439 d.), 8e prov. Chateuroux 1.420 d. en 10e prov. La
Souterraine 1.776 d.. En tot slot om niet in al te veel cijfermateriaal te
verzanden nog ééntje van deze lijn, de ‘Chica’ B 94-5018845, 12e int.
Barcelona 20.129 d. en 11e int. Marseille (d) 1.274 d..
Een heel ander verhaal dan de Poco-lijn is de internationaal
overwinnares van Barcelona in 1996, de ‘Gerda’ B 94-5315093. De ‘Gerda’
werd gefokt uit de ‘Jewel’ B 93-5086159’ x de ‘Kincora’ B 89-5123540.
Ten grondslag aan deze overwinning lag de samenwerking met de gekende fondspeler
Albert Willems uit het Belgische Eisden. Jos had Albert leren kennen tijdens de
bouw van zijn hokken en in 1991 spraken zij af op het adres van Albert Willems
in Eisden een satelliethok te vestigen. Het kweekhok werd verrijkt met
fondduiven uit de Poco-lijn en vijf jaar later schitterden hun duiven op de
internationale Barcelona met een droomuitslag. Tegen 20.129 duiven wisten ze de
volgende serie neer te zetten:
1-34-78-95-100-160-213-245-281-282-302-479-613-647-649-704-960-1415-1557-1625-1633-1814-1822-1902-2044-2065-2310-2450-2613-2635-2705-2767-3098-3242-3326-3401-3701-3747-3782-4119-4214-4369-5031.
De Barcelonaploeg werd daarna voor een recordbedrag openbaar verkocht. De heren
Willems en Thoné waren op deze Barcelona als partners echter zeker niet aan hun
proefstuk toe. Naar deze vlucht was bewust toegeleefd (dat het resultaat zo goed
zou uitvallen hebben ze echter niet eens durven dromen) en ook voordien was er
vanaf het satelliethok al goed gepresteerd. Bijvoorbeeld op nationaal
Narbonne in 1993 tegen 6.047 d.: 2-3-10-16-17-26-28-44, en op
internationaal Barcelona in 1994 tegen 26.807 d.: 39-45-136-190-254-280-361-366.
5.
Huidige Vaandeldragers
Nu we in de vorige twee afleveringen hebben gezien bij welke duiven de
basis van het hok Thoné ligt, wil ik u tot slot van deze reportage-serie nog de
duiven voorstellen die op dit moment het meest in het oog springen op de hokken
in Niel-bij-As.
Absolute vaandeldraagster voor de fond is momenteel de ‘Godiva’ B
98-5075638. Deze prachtige blauwe duivin heeft tot op heden een indrukwekkende
erelijst vergaard met als absolute uitschieters de 9e nat. Bordeaux 3.651 d., de
11e nat. Perpignan 6.246 d. en in 2002 de 26e nat. Barcelona. Andere toppers op
de fond zijn onder andere: De ‘Kleine Molenaar’, die ik in deel 3 al aan u
voorgesteld heb en die onlangs naar China is verkast. De ‘Olympic Euro’ B
96-5078217, deelnemer aan de Olympiade 1999 te Blackpool in de categorie Fond.
De ‘Zidana’ B 95-5119823 en de ‘Julien’ B 97-5166096, die in 1998
respectievelijk de 1e en 2e nationaal Bordeaux vlogen. De ‘Diogo’ B
99-5091317, die in zijn nog korte carrière al blijk van zijn kunnen gaf met 4e
prov. Bordeaux en 7e prov. Barcelona. Ook van 1999 is de
B 99-5091631, die tekende voor de 9e prov. Cahors en de 43e prov.
Montauban. Een jaartje ouder al is de ‘Clairens’ B 98-5075245, met op zijn
conduitestaat de 16e nat. zone Oost Narbonne 1.990 d., de 56e nat. Beziers 6.522
d. en de 20e nat. Barcelona 13.161 d.. Van hetzelfde jaar, en halfbroer van de
‘Olympic Euro’, is de ‘Pau-doffer’ B 98-5075518, met 87e nat. Pau 2.540
d., 112e nat. Argenton 20.538 d. en 117e nat. Perpignan 6.246 d.. Ook de
‘Musa’ B 98-5075161, een donkerkras duivin, is even oud en zij liet zich al
opmerken door een 12e nat. Perpignan 6.246 d., een 66e nat. Marseille 4.093 d.
en dit jaar nog de 15e nat. Perpignan tegen 7.236 d.. Een jaar jonger weer zijn
de ‘Marseille-duivin’ B 99-5091341, 52e int. Marseille 19.682 d., en de
‘Dax-duivin’ B 99-5091596, 4e prov. Dax. Van een nog recentere
‘bouwdatum’ en zeker een talent is de ‘Stacy’ B 00-5041889. Zij vloog al
de 57e nat. Beziers 5.420 d. en de 27e prov. Bordeaux 2001en de 5e int. Pau (dv)
2002 en dit jaar was zij tevens Jos’ eerste duivin van Bordeaux.
Alhoewel Jos de afgelopen drie jaar vanwege zijn werkzaamheden voor het World Pigeon Center het eendaagse gebeuren enigszins op een laag pitje heeft gesteld, beschikt hij ook voor de afstanden tot 750 km nog altijd over een behoorlijk aantal topduiven. Laat ik beginnen met u voor te stellen aan een al ietwat ouder blauw sprintkoninginnetje, de ‘Isis’ B92-5335457. De ‘Isis’, tegenwoordig verblijvend op het kweekhok, won in haar dagen als vliegster 8 zuivere eerste prijzen en werd hiermee 1e prov. asduif Vitesse K.B.D.B. 1997, 1e nat. asduif Ave Regina 1997 en 6e nat. asduif Vitesse K.B.D.B. 1997. Haar opvolgster als 1e nat. asduif Ave Regina was in 1998 ook een duif van Jos, de ‘Debora’ B 96-5078031. Een van de absolute topduiven is de ‘Kabily’ B 97-5166317, zus van ‘Kabila’, 1e prov. Bourges 3.727 d.. Naast een uitstekende vliegster is zij momenteel volgens Jos ook zijn beste kweekster. In haar actieve carrière won zij o.a.:
1e
Vervins
748 d.
179 km
5e
Solre
299 d.
128 km
7e
prov.
Argenton
1.229 d.
576 km
23e
nat.
Bourges 22.851
d. 495
km
29e
La Ferté
1.958 d.
291 km
32e
prov.
Vierzon
4.676 d.
494 km
35e
prov.
Vierzon
5.304 d.
494 km
48e
nat.
Limoges 25.803 d.
659 km
48e
Dourdan
2.293 d.
389 km
50e prov. Reims 4.503 d. 227 km
56e
prov.
Orleans
10.037 d.
444 km
Ook een imposante erelijst werd bijeen gevlogen door de ‘Ronaldus’ B
96-5078073.
1e
Toury
1.608 d.
410 km
1e
Chimay
588 d.
140 km
1e
Chimay
407 d.
140 km
3e
St. Witz
717 d.
307 km
5e
Reims
6.151 d.
227 km
10e prov.
Bourges
1.492 d.
495 km
13e nat.
Argenton
3.151 d.
576 km
36e
St. Witz
3.800 d.
307 km
38e
Vierzon
4.853 d.
494 km
Voor de meest opmerkelijke prestaties van het jonge duivenseizoen 2001
tekenden:
‘Spinnetje Gueret’ B 01-5010327
3e
nat.
Gueret
10.203 d.
‘Alberto’
B 01-5010634
9e
nat.
Gueret
10.203 d.
‘Day Dream’
B 01-5010426 15e
nat.
Bourges 42.763
d.
‘Bonk’
B 01-5010358 39e
nat.
Argenton 23.493 d.
Dit alles is slechts een kleine greep uit het kwalitatief rijkelijk
belegde duivenbestand van het hok Thoné, maar aangezien ik u niet al te veel
wil vermoeien met cijfermateriaal en denk dat u toch wel een behoorlijke induk
heeft gekregen van hetgeen Jos onder de pannen heeft zitten, wil ik het op dit
gebied hierbij laten.
Door zijn successen verwierf Jos al snel een grote faam in de wereld van
de duivensport. Als uitvloeisel daarvan heeft hij grote delen van de wereld
afgereisd op uitnodiging van sportvrienden. Ook zijn duiven zijn verspreid
geraakt over zowat alle duivenminnende landen in Europa, Azië, Noord- en
Zuid-Amerika en Australië. Een reis waar hij zeer speciale herinneringen aan
bewaart is de reis naar Saoudi-Arabië op uitnodiging van prins Faisal. Je staat
toch wel even gek te kijken als je door een Saoudische, duivenminnende prins
wordt uitgenodigd. Ook gaat Jos vaker naar het buitenland om een congres of
beurs te bezoeken, zoals aankomende winter in Denver, U.S.A., of een lezing te
geven, zoals twee jaar geleden op Mallorca. Hierdoor en door zijn behulpzame
houding - hij heeft verscheidene jonge liefhebbers met goede duiven in het zadel
geholpen en de Japanner Akagi liet hij zelfs stage lopen op zijn hokken - is hij
een ware ambassadeur voor onze sport.
Naast het feit dat Jos Thoné zelf zeer succesvol is als duivensporter
verwacht je natuurlijk ook dat er andere mensen met zijn duiven geslaagd zijn.
In deze verwachting word je niet teleurgesteld, want dat is zeker het geval en
alhoewel zijn duiven over grote delen van de wereld terug te vinden zijn, hoef
je hiervoor niet eens ver te zoeken. Ik zal een aantal liefhebbers die met zijn
duiven geslaagd zijn noemen.
Valentin Vanheusden uit Diepenbeek (B) won in 1997 met zijn ‘Arnold’
de 1e int. Barcelona 24.949 d.. De ‘Arnold’ is ingeteeld naar Jos’
lievelingsduif de ‘Poco’. Meer hierover is terug te vinden in deel 4.
Omer en Benny Vandenhove winnen met ‘t Grijs Thoné’ de 1e nat. La
Souterraine 1.397 d. (snelste duif van het hele convooi 18.609 d.).
Hugo Celis en zn. uit Rummen (B) hebben een uitstekende, succesvolle
fondstam opgebouwd gebaseerd op duiven van Jos. Zo fokten zij uit de ‘Pico’,
een halfbroer van de ‘Poco’ de ‘Nadine’ 35e nat. Barcelona en de
‘Boudewijn’ 74e nat. Barcelona. In 1991 speelden zij op int. Barcelona tegen
5.862 duivinnen de volgende knappe uitslag: 55-66-162-766 (4/4). Maar ook 35e
int. Bordeaux jl. 1997 8.220 d., 45e nat. Barcelona 1997 12.731 d., 44e nat.
Argenton jl. 1998 9.094 d., 89e nat. Pau 1998 2.268 d., 109e int. Perpignan 1998
16.025 d., 54e nat. Brive 1999 25.842 d., 16e nat. Bordeaux 3.651 d. en 93e nat.
Montauban 1999 4.403 d..
Marc Vanonckelen uit het Belgische Halen - evenals Jos een relatief
jonge en behoorlijk succesvolle melker - haalde zich afgelopen jaar een tiental
eitjes bij Jos. Met name door de prestaties van twee jongen uit deze eitjes wist
hij de 3e plaats in het nationaal kampioenschap Jonge Duiven Fond K.B.D.B. te
bezetten.
Eric Limbourg, de ‘Wonderboy van Brussegem (B), is in het bezit van
een topduivin, gefokt uit een rechtstreekse duivin van het hok Thoné. Onlangs
nog won ze de 5e nat. Perpignan tegen 7.236 d.
Het ‘Fenomeentje’ NL 97-9798841, 1e asduif jong WHZB 1997, van Rik
Hermans uit Waalre (NL) werd gefokt uit een duivin van Jos.
De Maltees Charlie Attard behaalde met duiven uit zijn stam bestaande
uit duiven van Thomas Peeters en Jos Thoné al twee nationale overwinningen en
won bovendien een auto en een aanzienlijke som geld in het WPC.
Tot slot Patsis Panagiotis uit Drama (Griekenland), die in 1999 1e
Europees kampioen F.C.I. werd in Mira (Portugal) en bovendien de 3e Europese
asduif F.C.I. had bij ditzelfde kampioenschap.
Ik was te gast bij een absolute topliefhebber, die vanaf zijn start in
1991 zorgvuldig zijn koers heeft bepaald, die hem vele successen gebracht heeft.
Hij beschikt over een mooi en uiterst efficiënt, doch qua interieur vrij simpel
hok en een kwalitatief zeer hoogstaand duivenbestand. Dit gekoppeld aan Jos’
eeuwige wil om te winnen en het feit dat hij ‘het’ gewoonweg in de vingers
heeft, maakt hem tot de topper die hij is. Bovendien is hij altijd volop bezig
geweest om onze sport te promoten en aldus een ware ambassadeur voor onze sport.
Tel dit alles op bij zijn relatief jonge leeftijd van 41 jaar, dan weet je dat
zijn concurrenten nog lang niet op twee oren kunnen gaan slapen. Jos Thoné
beschikt over een groot aantal duiven waarmee hij zowel qua kopprijzen als qua
percentage zeer goed scoort, dit maakt hem niet zozeer tot een grote liefhebber
als wel tot een groot liefhebber.
Beesel, Frans Maas
Kader 1: Enkele belangrijke (Inter)nationale Kampioenschappen 1993-2001
(zonder dubbelingen)
1e Wereldkampioen Versele Laga
1e
Gouden Duifwinnaar Fond
1e
Gouden Duifwinnaar Algemeen
1e
Nat. Algemeen Kampioen L.D.S.
1e
Nat. Kampioen Fond L.D.S.
1e
Fond Kampioen Belgische Duivensport
1e
Kampioen J.L. Cureghem Centre
1e Nat. Algemeen Kampioen B.D.S.
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘De Reisduif’
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘La Colombophile’
1e Beste Hok ‘De Reisduif’
1e Beste Hok ‘La Colombophile’
1e Fond Kampioen ‘De Reisduif’
1e Nat. Asduif Vitesse Ave Regina
1e Nat. Kampioen Duivinnen Cureghem Centre
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘De Reisduif’
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘La Colombophile’
1e Semi-nat. Jarige Asduif
1e Wereldkampioen Versele Laga
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘De Reisduif’
1e Nat. Algemeen Kampioen ‘La Combophile’
1e Nat. Algemeen Kampioen BDS
1e Wereldkampioen Versele Laga
1e Nat. Kampioen Jaarlingen K.B.D.B.
1e
Nat. Asduif Ave Regina
6e Nat. Asduif Vitesse K.B.D.B.
1e Wereldkampioen Versele Laga
1e
Nat. Asduif Ave Regina
6e
Nat. Asduif Vitesse K.B.D.B.
Olympiadedeelname categorie Fond
7e Nat. Asduif Fond K.B.D.B
1e Nat. Algemeen Kampioen Cureghem Centre
1e Nat. Kampioen Duivinnen Cureghem Centre
1e Nat. Kampioen Superprestige
1e Beste Hok ‘La Colombophile’
1e Bricon Trophy Fond
1e Beste Hok Jaarlingen ‘De Duivenkrant’
Kader 2: Enkele Provinciale Kampioenschappen K.B.D.B. (7000 leden)
1995-2001
(zonder dubbelingen)
1e Prov. Kampioen Vitesse
1e Prov. Asduif Fond
1e Prov. Kampioen Vitesse
1e Prov. Kampioen Fond
1e Prov. Asduif Vitesse
1e Prov. Asduif Fond
1e Prov. Kampioen Fond
2e Prov. Asduif Fond
2e Prov. Kampioen Midfond Jonge Duiven
4e Prov. Algemeen Kampioen
Kader 3a: Enkele mooie uitslagen
Soissons, 952 d.:
1-2-3-4-5-6-7-11-12-13-16-17-22-24-26-27-28-enz.
La Souterraine, 886 d.:
1-4-5-6-7-10-19-20-28-33-36-38-43-48-49-54
Marne La Vallee, 685 d.:
1-2-4-10-11-12-16-18-20-23-26-30-32-33-35-45-46-47-enz.
Soissons, 735 d.:
1-5-7-8-11-15-17-19-21-22-24-25-28-40-45-47-48-52-enz.
Limoges, 348 d.:
1-2-11 (3/3)
Chimay, 194 d.:
1-3-8 (3/3)
Kader 3b: Nationale overwinningen 1993-2002
1993: 1e Nat.
Barcelona (jaarlingen)
1994: 1e Nat.
Barcelona (jaarlingen)
1995: 1e Nat.
Barcelona (duivinnen)
1e Nat. San Sebastian (duivinnen)
1996: 1e Nat.
Bourges (duivinnen)
1e Nat. Barcelona (met partner Willems)
1998: 1e Nat.
Bordeaux
Kader 4a: Barcelona 2002
Nationaal, 13.021 d.:
27-104-189-363-473-493-502-576-613-648-667-684-enz. (17/20)
Nationaal dv, 2.927 d.:
7-27-45-84-102-146-enz. (8/9)
Kader 4b: Kopprijzen op de overnachting 2000-2002
2000:
1e Prov. Marseille 548
d.
1e Prov. Perpignan 709 d.
2e Prov. Perpignan 709 d.
5e Prov. Marseille 548
d.
6e Prov. Perpignan 709 d.
11e Nat. Perpignan
6.246 d.
12e Nat. Perpignan
6.246 d.
14e Prov. Barcelona 2.201 d.
31e Int. Perpignan
18.426 d.
32e Int. Perpignan
18.246 d.
37e Nat. Marseille
4.093 d.
2001:
3e Prov. Dax
498 d.
3e Prov. Marseille 649 d.
4e Prov. Dax
498 d.
6e Prov. Barcelona
1.994 d.
7e Prov. Barcelona
1.994 d.
20e Nat. Barcelona
13.161 d.
21e Nat. Barcelona
13.161 d.
29e Nat. Marseille
4.615 d.
52e Int. Marseille
19.682 d.
62e Int. Barcelona
25.760 d.
69e Int. Barcelona
25.760 d.
2002:
1e Prov. Marseille 616
d.
2e Prov. Marseille 616
d.
2e Prov. Pau
461 d.
3e Prov. Pau
461 d.
6e Prov. Barcelona
2.106 d.
15e
Nat. Perpignan
7.236 d.
27e
Nat. Barcelona
13.021 d.
31e Int. Perpignan
22.427 d.
43e Int. Marseille
19.143 d.