|
’s
Werelds beste allroundduivensporter?
Jos
Thoné, Niel bij As
Voor deze
reportage gingen we naar onze zuiderburen. Hoogstwaarschijnlijk naar
’s werelds beste allroundduivensporter, ofwel iemand die schittert
op zowel de vitesse als de fond. Zoals u waarschijnlijk al geraden
heeft hebben we het over Jos Thoné, de mirakelman uit Niel-bij-As.
Sportduiven
beheersen zijn leven. We laten hem zelf aan het woord: ‘Vanaf het
moment dat ik kon lopen was ik geobsedeerd door duiven. Vader had
ook duiven en ik zat altijd in zijn hokken. Ik wist op al vrij jonge
leeftijd dat ik de top wilde bereiken. De succesvolle Jan
Grondelaers uit Opglabbeek was destijds mijn grote voorbeeld.
Toen ik een jaar of twaalf was ging ik als ik vrij was door het hek
naar zijn hokken staren, puur uit bewondering, én als voorbeeld
voor wat ik zelf wilde gaan bereiken.’
Van 1977 tot 1991
was hij, afgezien van de tijd dat hij zijn dienstplicht vervulde,
hokmanager van het hok Peeters in As. In deze periode leerde hij
niet alleen de kneepjes van het vak , maar groeide in hem ook de
idee wat hij in het leven wilde bereiken. Hij wilde voor zijn
dertigste een eigen huis met een professionele hokinstallatie.
Omdat dit geen goedkoop ideaal was had Jos op een gegeven
moment drie banen, als hokmanager bij Thomas Peeters en zonen uit
As, overdag diep onder de grond als mijnwerker en ‘s avonds als
leraar informatica op een vormingscentrum. Aan zijn hokmanagerschap
bij Peeters heeft Jos ook zijn vrouw Gaby, dochter van Thomas zelf,
‘overgehouden’.
In 1989 was het
zover en kon hij zijn huidige woning laten bouwen. Thoné: ‘Ik
stond destijds voor een moeilijke keus. Of
het huis van binnen geheel afwerken en een jaar of twee te wachten
met het zetten van een hok, of de inrichting van huis en hok laten
wachten om toch vast zelfstandig met de sport te kunnen starten. Ik
koos voor het laatste en deze gok, want dat was het wel degelijk,
heeft buitengewoon goed uitgepakt.
De duiven vlogen de eerste twee jaar vanaf kartonnen dozen in plaats
van broedhokken, maar het ging zo goed dat ze binnen twee jaar tijd
hun inrichting én die van mijn gezin dubbel en dwars bij elkaar
hadden verdiend.’
Achteraf zegt hij
zelf wel dat hij een engelbewaarder moet hebben want dat hij dit
allemaal zou bereiken dat overtrof zelfs zijn stoutste
verwachtingen:
- Als enige Belg werd hij twee keer algemeen kampioen bij de Gouden
Duifcompetitie.
- Hij werd vier keer (!) wereldkampioen (Versele Laga) en ook dat is
nooit iemand gelukt.
- Hij won diverse keren (inter)nationaal Barcelona; met de
jaarlingen, duivinnen en ook internationaal met partner Willems in
1996.
- De laatste negen jaar won hij zes jaar het algemeen kampioenschap La
Colombophilie Belge,
een competitie waaraan iedereen mee kan doen.
-
In 2003 won hij drie provinciale vluchten (Perpignan,Chateauroux en
Vichy) en behaalde hij meer dan 30 zuivere eerste prijzen van 100
tot 1100 km.
- Afgelopen seizoen werden op andere hokken drie nationale
overwinningen behaald met Thoné-duiven, en 1e internat.
Dax!
Jos (42 jaar) heeft twee zoons Maxim (9 jaar) en Xavier (14 jaar).
Beide zijn betrokken bij de sport en het ziet er naar uit dat ze hun
vader gaan opvolgen.
Ook de ouders van Thoné zijn iedere dag op de hokken te vinden.
Sinds twee jaar helpen zij bij de dagelijkse verzorging van de
kolonie die uit ongeveer 450 duiven bestaat. Verder heeft hij nog
twee helpers. Ten eerste Robert
Clemens. Hij helpt vooral in het weekend met inkorven, duiven
klokken, africhten enzovoorts. Ook Leon Geebelen betekent veel voor
de kampioen uit Niel-bij-As. In tegenstelling tot Robert is hij
juist door de week aanwezig en wel van acht tot tien uur ‘s
morgens. Hij verschoont de hokken en voorziet in eventuele andere
kleine klusjes.
Jos is de manager van het geheel. Hij bepaalt welke duiven
naar een bepaalde vlucht gaan, gaat over de medische begeleiding en
voert de vliegduiven tijdens het seizoen. Doordat hij ‘de kleine
klusjes’ niet meer hoeft te doen kan hij meer energie in
belangrijkere taken stoppen.
STAMOPBOUW
Onze hoofdpersoon is er in geslaagd om
in tien jaar tijd een eigen soort te creëren. Het begon
allemaal met duiven van schoonvader, die woonde immers vlak in de
buurt. Hiernaast kon hij terugvallen op meerdere vrienden die hem
goede start gunden. Jos: ‘Uiteindelijk kon ik in 1991 beginnen met
driehonderd vliegduiven. Wat volgde was een kwestie van spelen,
selecteren en een ijzeren regime. Ik wou geen bos waar je geen boom
meer ziet, en daarom probeerde ik vlug in te schatten van welke kant
winst of verlies kwam. Zonder veel omwegen heeft de uitslag het
bruikbaar materiaal bepaald.
Het karakter om snel naar huis te willen vliegen zie je niet in een
oog, vleugel of keel. Dat is simpelweg niet voldoende om goed te
spelen met duiven.’
Hij had meteen de ambitie om te winnen. Niet op één bepaalde
afstand maar overal. De duiven werden steeds gespeeld en
geselecteerd op afstanden waarvoor ze gekweekt werden. Inmiddels is
er een duidelijk zicht over de duiven die hem brachten tot waar hij
nu is; boven aan de top met zijn eigen soort. Een speciale plaats is
weggelegd voor de inmiddels legendarische ‘Poco’, het
duivinnetje met ringnummer B92-5000631 om haar poot. Jos: ‘In
haar geboortejaar moest ze zo’n 5.000 kilometer vliegen. Daarbij
zaten twee vluchten boven de 700 kilometer! De laatste vlucht was
vanuit Brive (720 kilometer). Slechts enkele duiven slaagden erin om
hun hokken op de dag van lossing te bereiken. Toen ik de klokken
wilde gaan lichten (het was inmiddels meer dan een uur pikkedonker)
hoorde ik een duif die door de trengels naar binnen wilde. Ik hoorde
dat omdat ik daar een alarm heb aangebracht anders had ik haar nooit
gevonden. Het was Poco… Het duifje dat voordien niet
noemenswaardig had gepresteerd toonde hiermee zo’n karakter dat ze
een permanent plaatsje op mijn hok verdiend had.’
Iedereen met een beetje duivenverstand wist het zeker; ‘Poco’
had als jong veel te veel kilometers gemaakt en was ‘opgebrand’.
Ze zou als vliegduif niets meer betekenen. Tot ieders verbazing zou
het duifje binnen een jaar opnieuw voor een verrassing zorgen. In
1993 won ze de eerste prijs internationaal op een loodzware
Barcelona in de categorie jaarlingen. In 1995 zorgde deze super
opnieuw voor een spektakel door het winnen van de 1e
nationaal Barcelona bij de duivinnen. Maar de appel valt nooit ver
van de boom en ook de familie van Poco ging voor spektakels zorgen;
´Polanova´ won de 1e Nationaal Barcelona (jaarlingen)
1994. Met partner Willems won Thoné de 1e Internationaal
Barcelona 1996 waarbij ´Gerda´ de snelste was. ‘Arnold’, welke
als ei werd geschonken aan Valentin Vanheusden,
won de 1e Internationaal Barcelona in 1997.
Bovenstaande duiven werden het fundament voor de zware fondstam.
Voordat enkele ervan werden verkocht zijn eerst alle mogelijke
koppelingen tussen deze Nationale overwinnaars en hun ouders
uitgeprobeerd. De jongen ervan zijn de huidige stamduiven.
Voor
het kortere werk beschikt hij over andere duiven. Jos : ‘Ik
kreeg een gouden kweker aan ‘Superman’ (B82-5192253), ofwel 1e
Nationale Asduif halve fond KBDB in 1986 bij Jacques Debacker. Het
is een duif van Janssen origine. Maar ook de ‘Mooiste Reus’
(B90-5105244) was van eenzelfde kaliber. Hij is nog een aanwinst van
het eerste uur via schoonvader. Zonder ‘Napoleon’ (B93-5010004),
een Grondelaers-duif, en ‘Milton’ (B90-5109916) te vergeten.
Laatstgenoemde kwam hier terecht via mijn vriend Dirk Leekens.Verder
ben ik de lijn van de ‘Mooiste Reus’, de stamvader van al mijn
grijze duiven zeg maar en van oorsprong zware midfond, aan het
inkruisen met de ‘Poco-lijn’. De produkten hieruit komen het
beste op de zware dagfond. Een goed voorbeeld van een product
hiervan is mijn ‘Kleine Molenaar’ (B98-5075521).Deze doffer werd
in 2000 1e provinciaal asduif fond, 1e
provinciaal asduif marathon en hij won de 1e provinciaal
Marseille.
Verder
heb ik een dna-geteste (door middel van het uittrekken van een
pluimpje bij de ouderduif en afstammeling weet men voor € 50,00
100 % zeker of het dna
overeenkomt en of men daadwerkelijk een duif van de gewenste ouder
gekocht heeft, FE) zoon
van de ‘Nationaal I’ van Schellens via Herbots. De Nationaal I
won 1e Nationaal Bourges, 1e provinciaal
Orleans 4.701 duiven en in totaal vijf eerste prijzen. Met deze
zoon, mijn B95-5055105 ofwel ‘Sars’, heb ik dit jaar voor het
eerst aan Kunstmatige Inseminatie gedaan. Het is een wereldduif. Ik
ben dit jaar met 32 jongen van hem gaan vliegen. Op een
bepaalde vlucht had ik de negen eerste prijzen, daarvan zaten er zes
van hem. Één van
zijn jongen die door KI tot leven is gekomen is mijn B03-5071667,
die heel toepasselijk ‘The Artificial Jutta’, heet.
Ze was dit jaar een van de beste duiven van Belgie.’
Dat
hij met deze uitspraak zeker niet overdrijft blijkt uit het
volgende. ‘The Artificial Jutta’
won onder andere: 2e Chateauroux 630 duiven, 29e Bourges 987
duiven, 16e Mettet 1.557 duiven, 4e Chimay 1.291 duiven, 13e La
Soutteraine 1.235 duiven, 2e Nationaal Vichy 11.510 duiven,
4e Chimay 365 duiven en 16e Chimay 766 duiven!
Deze Sars werd terug op de oude basis (
Grondelaers, Superman en Mooiste Reus) gebracht en vormen zo de
huidige topduiven voor de vluchten van 100 tot 700 km.
In grote lijnen is dat zowat de basis die het van toen tot nu echt
heeft gemaakt.
Als Jos op zijn praatstoel zit is hij niet meer te stoppen. We
legden hem een aantal vragen voor en hopen dat u er iets van
opsteekt.
VOORBEREIDING
Hoe bereid je de duiven voor op het vliegseizoen?
‘Ik beschik over 44 koppels kweekduiven en 64 koppels vliegduiven.
De vliegers zijn verdeeld over vier afdelingen voor elk 16 duiven.
Drie hokken zijn voor vitesse, midfond en dagfondduiven en één hok
is voor de overnachtfondduiven. De midfondduiven worden in december
gekoppeld om twee jongen groot te brengen. Ze worden nogmaals
gekoppeld in maart om enkele dagen te broeden en zo aan het seizoen
te beginnen. De jaarlingen worden maart gekoppeld en brengen één
of twee jongen groot. De overnachtfondduiven brengen geen jongen
groot en worden begin maart gekoppeld, na enkele dagen broeden
worden ze gescheiden en begin april herhaalt dit ritueel zich.’
MEDISCH
Wat geef je aan medicijnen?
‘Het komt er in het kort op neer dat ik tracht de natuurlijke
gezondheid van mijn duiven zo hoog mogelijk te houden. Wanneer ik
dan toch een medicijn nodig heb zal dit maar kortstondig zijn.
Tien à vijftien jaar geleden had je voor de luchtwegen Suanovil,
Linco Spectine en
nog een paar andere producten. Tegenwoordig zie je door de bomen het
bos niet meer. Ik haat het ook als ik naar de dierenarts ga en een
product meekrijg waarvan ik niet weet wat erin zit. Daar heb ik geen
prettig gevoel bij.
Mijn systeem is er voornamelijk op gebaseerd dat ik een keer tot
drie per jaar een keeluitstrijkje laat afnemen. Niet het
traditionele, maar een zogenaamd ‘SWOB’ uitstrijkje. Hierbij
wordt wat slijm vooraan in de keel weggenomen en dat wordt
opgestuurd naar de universiteit in Luik waar het aan een
bacteriologisch onderzoek wordt onderworpen. Als mijn duiven iets
mankeren vertelt de uitslag mij precies wat, én, wat veel
belangrijker is ik krijg een medicijn mee dat precies op mijn duiven
is afgestemd. Veel medicijnen werken heden ten dage namelijk niet
meer omdat duiven er resistent voor zijn.
Verder wordt ik begeleid door BIFS (Birds Insemination and
Fertilisation Station, gevestigd te Veldwezelt
– Lanaken, FE) en hun systeem is gebaseerd op het
verminderen van medicatie.’
Wil je dan zeggen dat jouw duiven nooit meer
‘blind’ een kuur krijgen?
‘Na vijf jaar onderzoek ben ik erachter gekomen dat het altijd
dezelfde duiven zijn die het geel krijgen. Maar wat is gebleken? Het
zijn niet altijd slechte… Ze hebben mij geadviseerd om tijdens het
seizoen om de drie weken een geelkuur te geven van drie of vier
dagen. Dankzij hun product ‘Vior’, wat de vorming van het geel
tegenhoudt, heb ik dit kunnen verlengen tot ruim vier weken.
Overigens is het ook goed tegen ziektes bij jonge duiven, maar dat
laatste heeft vooral te maken met een foute voeding.’
KUNSTMATIGE
INSEMINATIE
Met je topkweker ‘Sars’ doe je aan Kunstmatige Inseminatie.
Hoe ben je op dat idee gekomen en hoe werkt het?
‘Je moet het zo zien. Met behulp van de wetenschap kan ik de tijd
forceren. Deed ik er eerst vijf jaar over om vijftig jongen van een
super te kweken, nu lukt dat in één jaar. ´Sars´ geeft op elke
tien jongen één superduif en daarmee is het veruit de beste kweker
die ik ooit heb gehad. Nu heb ik jaarlijks vijf supers uit deze
kweker. Hoe gaat het in zijn werk? De partners van de duivinnen
waaruit ik kweek worden onvruchtbaar gemaakt en met de duivinnen
moet ik op plusminus de zesde tot achtste dag na het koppelen naar
de veearts, in mijn geval BIFS, om ze te insemineren en ga zo maar
door. Het is belangrijk dat je dit alleen maar met een bewezen
kweker doet. Anders bestaat er het gevaar dat je van een minder
goede duif teveel nakomelingen hebt! Sars heeft tijdens de
wintermaanden problemen met bevruchten -vandaar zijn naamkeuze –
en door de kunstmatige zaadafname kan ik toch jongen van hem hebben
tijdens deze periode. KI heeft vele voordelen.´
HOK
Waar heb je zoal op gelet bij het bouwen van je hok?
‘Ik vind het belangrijk dat ik maximaal
rendement uit mijn duiven kan halen en mede daarom is mijn hok zo
ingericht dat ik totaal weduwschap kan spelen.
Ik probeer zoveel mogelijk de duiven als koppel naar een vlucht te
sturen. Het maakt niet uit dat je soms een van beide partners bij
een ander moet plaatsten door omstandigheden, integendeel! Trouwens,
als de partners lang op elkaar moeten wachten is dat vaak bij een
zware wedstrijd en dan hebben ze meestal geen behoefte om elkaar
snel te zien.
Aan de voorkant van mijn vlieghokken, welke gelegen zijn op het
zuidoosten, zijn mijn weduwnaars gevestigd. Één afdeling, welke in
het midden gelegen is, dient alleen om de duivinnen binnen te laten.
Zij verblijven in de achterkant van de hokken, een open ren.
Het hok is vijf meter breed. De hokafdelingen zijn hier klein
en smal, wat een nauwe band schept tussen de duiven en mij. Een hok
met grote temperatuurschommelingen is zeker geen beste zaak. Bij mij
krijgt iedere weduwnaar een individuele verwarmplaat in de bak.
Doffers op weduwschap zijn enorm vatbaar voor koude en vochtigheid.
Als de weersomstandigheden erom vragen wil ik gewoon kunnen
ingrijpen. Goede verluchting is eveneens erg belangrijk. Het
zadeldak van mijn hok is bedekt met pottelbergpannen, deze zijn
ideaal voor duiven en geven precies de goede verluchting. In extreme
gevallen staat de volière klaar.
Aan schoonmaken verdoe ik dan weer weinig tijd.
Zowel de vloer als woonbakken zijn voorzien van roosters. En
ook de winterse grote kuis tot-op-het-rauwe-hout heb ik dit jaar
achterwege gelaten. Ik vrees dat hierdoor bepaalde gunstige
elementen van het hokmilieu in de vuilbak belanden.
Onder de roosters heb ik kelders tot 90 centimeter diep. Ze zijn
niet alleen doeltreffend om de mest op te vangen maar zorgen er ook
voor dat de stof verdwijnt.´
EIGEN
VOERSYSTEEM
Je hebt een eigen voedermengeling op de markt gebracht. Kun je wat
over dit systeem vertellen?
‘Ik ben op het idee gekomen om een eigen mengeling samen te
stellen om vooral de ziektes bij jonge duiven tegen te gaan. Want
wat is vaak het probleem? Jongen willen op een gegeven moment niet
meer vliegen en wat doet de liefhebber? Lichte kost geven… En dat
is een van de grootste fouten die gemaakt wordt in de duivensport,
het darmstelsel van de duif slaat op hol en juist dan slaan de
beruchte jonge-duivenziektes toe.
Ik heb een niet te lichte mengeling genomen zodat deze bij de kweek
al gegeven kan worden. Ik ben langzaam aan het overschakelen op deze
mengeling voor al mijn duiven. In een paar situaties doe ik het iets
anders:
- Drie dagen voordat de jongen uitkomen van de eerste jongen duiven
tot en met tot drie weken na het spenen bij de jonge duiven wordt 15
% Luikse mengeling (gebaseerd op erwten) toegevoegd, enkel alleen
wanneer het te koud is want dan merk je aan de jongen dat deze
daardoor behoefte hebben aan eiwitten. In de zomermaanden valt de
Luikse mengeling al weg.
- De laatste drie à vier dagen voor het inkorven van een zware
fondvlucht wordt er vijftien procent extra toegevoegd: cribs mais,
wat pinda’s en de
gepelde granen; zonnebloempitten, haver, rijst. Dit om de vetten wat
aan te vullen, ik heb het ook bij mijn jonge duiven gedaan bij de
‘Nationals’.
- De duivinnen krijgen de eerste dagen van de week
zuiveringsmengeling.’
U zult wellicht benieuwd zijn naar de samenstelling van de ‘Thoné-Special’
mengeling. Deze wordt gewoon door Beyers op de markt gebracht en de
samenstelling is als volgt: 25 % cribs mais, 33 % erwten, 3
% sorghum extra red, 2 % gerst, 1 % lijnzaad, 2 % gepelde
zonnebloempitten, 5 % saffloorpitten, 6 % dari, 10 % paddy rijst, 12
% wheat en 1 % sesamzaad.
ALGEMEEN
Nog wat algemene vragen:
Wat krijgen de duiven aan bijproducten? Moeten de duiven iedere week
in de mand of hecht je meer belang aan regelmatig rust?
‘Het
grit wordt eenmaal per week ververst. Als de duiven jongen azen
krijgen ze piksteen. Af en toe doe ik wat mineralenpoeder over het
voeder maar vaste regels heb ik daar niet voor. Biergist al dan niet
in combinatie met melkgist geef ik ook graag.Verder gebruik ik veel
bijprodukten van BIFS uit Lanaken; T-Cur, Oligofertil, Vior en
Performoil. Allemaal produkten die de natuurlijke gezondheid
ondersteunen.’
Blind ben ik echter niet. Vorig jaar gaf ik Aviol en speelde ik
fantastisch, dit jaar werd het uit de handel genomen, ik gaf het
niet en speelde net zo goed. Je moet vooral goede duiven hebben en
de rest is bijzaak.
Een vitesse-midfondduif gaat, indien in orde, iedere week mee. De
dagfondduiven worden om de week gespeeld.De overnacht-duiven gaan om
de 3 à 4 weken de mand in!
Sommige duivensporters zeggen dat duiven, uitgezonderd
overnachtduiven, persé iedere week gespeeld moeten worden. Dat is
grote flauwekul. Iedere goede duif heeft wel eens een moment dat ze
vermoeid is. Dan moet zo’n duif gewoon rust
hebben.’
UITSLAGEN
Tegen Thoné is nauwelijks te vliegen. De volgende uitslagen
bewijzen dit:
21-6, Melun (samenspel Mijnstreek), 208 duiven, 18 mee, 17 prijzen:
1, 2, 3, 5, 10, 11, 12, 13, 14, 17, 19 enzovoorts.
28-6, Orleans (provinciaal jaarlingen), 7.272 duiven, 44 mee, 27
prijzen: 9, 11, 25, 34, 66, 134, 171, 197, 218, 221, 223 enzovoorts.
28-6, Montauban (provinciaal oud), 918 duiven, 5 mee, 5 prijzen: 12,
23, 31, 126 en 169.
28-6, Nanteuil (samenspel Groot Gewest), 6.005 duiven, 118 mee, 49
prijzen: 9, 18, 43, 44, 50, 74, 111, 113, 176, 257, 259, 289
enzovoorts.
5-7, Melun (samenspel Mijnstreek), 585 duiven, 59 mee, 28 prijzen:
1, 2, 5, 6, 7, 12, 13, 14, 20, 21, 25, 27, 28 enzovoorts.
12-7, Orleans (samenspel Mijnstreek), 798 duiven, 105 mee, 53
prijzen: 1, 3, 5, 6, 7, 8, 11, 14, 15, 16, 17 enzovoorts.
19-7,
Chateauroux (provinciaal), 630 duiven, 22 mee, 13 prijzen: 1, 2, 4,
13, 26, 41, 43, 49 etc.
19-7,
La Ferte Bernard (Samenspel Mijnstreek jong), 200 duiven, 59 mee, 41
prijzen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12, 13, 15, 16, 17
enzovoorts. (30 duiven bij de eerste 34!)
19-7, La Ferte Bernard (Samenspel Mijnstreek oud), 165 duiven, 14
mee, 10 prijzen: 1, 2, 4, 10, 11, 14 enzovoorts.
2-8, Perpignan (internationaal jaarlingen), 4.534 duiven, 19 mee, 10
prijzen: 18, 56, 92, 163, 317, 471, 510, 549, 926 en 1.089.
Provinciaal werd tegen 445 duiven begonnen met 1, 5, 7, 15
enzovoorts.23-8, La Souterraine (lokaal), 174 duiven, 35 mee, 19
prijzen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 enzovoorts.
31-8, Chimay (samenspel Mijnstreek), 608 duiven, 71 mee, 35 prijzen:
1, 8, 13, 16, 18, 20, 23, 27, 29, 32, 36, 38, 39, 41 enzovoorts.
6-9, Vichy (nationaal), 13.510 duiven, 44 mee, 26 prijzen: 2, 28,
51, 52, 123, 160, 166 enzovoorts. Provinciaal werd begonnen met: 1,
13, 17, 18, 39, 54, 56 enzovoorts.
Sinds 1991 vlogen zijn duiven meer dan vierhonderd keer in de eerste
honderd nationaal (3 keer 1e, 5 keer 2e, 7
keer 3e enzovoorts). Internationaal werd ruim tweehonderd
keer in de eerste honderd gevlogen.
Wie deed het beter?
TOPPERS
We
hebben het reeds gehad over ‘The Artificial Jutta’, een
abosolute wereldduif, maar op het hok van Thoné zitten tal van
uitzonderlijke duiven. We kunnen er niet aan beginnen om deze
allemaal voor te stellen. Natuurlijk heeft Jos meer goede omdat hij
meer duiven heeft. Maar het is bij hem niet de kwantiteit die hem
maakt tot de kampioen die hij is.
Zijn soort kweekt zeer goed door en staat garant voor toppers in
elke generatie. De duiven die u op de foto´s ziet elders op deze
pagina´s bevestigen dit. Zo is er de kweker B97-5008933, ofwel een
zoon van ‘Arnold’, 1e Internationaal Barcelona 1997.
De moeder van Arnold was een halfzus van Poco en zijn vader stamde
uit een halfbroer van ‘Poco’…
De ‘933’ is vader van Evita, 1e
provinciale asduif fond in 2002. Op haar palmares
prijken onder ander 25e Internationaal Marseille
(duivinnen) tegen 3.618 duiven, 4e St. Vincent 609
duiven, 12e Montauban 918 duiven en 4e
Narbonne 452 duiven.
‘Faldo’ (NL98-5075839) komt rechtstreeks uit ‘Poco’
gekoppeld aan ‘Kirui’, de vader van Arnold. Hij is vader van
‘Pichon’ (B00-5041991). Ook laatstgenoemde is een topvlieger. Ze
won onder andere 96e
provinciaal Cahors 1.470 duiven, 189e Nationaal
Barcelona 13.021 duiven, 142e Nationaal Perpignan 7.198
duiven, 3e Nationaal Cahors 549 duiven, 131e
Nationaal Barcelona 11.806 duiven en 278e Intenationaal
Perpignan duivinnen tegen 3.934 duiven.
Ook
de Witte Meeuw behoort tot de topkwekers van de nieuwe generatie.
Zijn vader is de ‘Kleine Molenaar’ (B98-5075521), 1e
provinciale asduif fond in 2000, 1e provinciale asduif
marathon 2000 en 1e Nationale asduif Televie in 2000. Hij
won de 1e Provinciaal (548 duiven) en 37e
Nationaal Marseille (4.093 duiven), 51e Internationaal
Bordeaux tegen 11.644 duiven, 51e Nationaal Montauban
tegen 7.220 duiven en 76e Nationaal Perpignan tegen 6.246
duiven. Ook zijn moeder ‘Godiva’ (B98-5075638) is van zeldzame
klasse. Ze won de 1e provinciaal (1.378 duiven) en 9e
Nationaal Bordeaux (3.651 duiven), 1e provinciaal (709
duiven) en 11e nationaal Perpignan (6.246 duiven), 27e
Nationaal Barcelona tegen 13.021 duiven en 36e
Internationaal Bordeaux tegen 11.644 duiven. Op de Spanjevlucht won
ze 25.000 Euro aan prijzengeld!
Verder zitten er nog tal van andere duiven welke meerdere malen
in de eerste vijftig Nationaal vlogen!
SLOT
´Terug
van de toekomst´ schreef een verslaggever die Thoné tien jaar
geleden bezocht. Wij kunnen u verzekeren dat dit nog steeds geldt.
Jos is zijn tijd ver vooruit en is al zijn concurrenten steeds een
stap voor. Met zijn 42 jaar is hij een der jongste legendes in de
duivensport. Zijn tomeloze inzet, perfectionisme, intelligentie en
ambitie garant voor succes in de komende jaren. Maar hij is ook een
voorbeeld. Zoals Jan
Grondelaers zijn grote voorbeeld was is hij dat nu voor veel jongere
duivensporters. En voorbeelden zijn onmisbaar in iedere sport.
Tekst en fotografie:
FALCO
EBBEN All
rights reserved
|