Met Guéret
als sluitstuk zit die eerste BELGIAN FLYING CUP 2007 erop. De complete
Belgische top bleef een gans seizoen paraat voor zomaar eventjes twintig
spannende ritten. Heel lang bleef het een nek-aan-nek race. Met wisselende
winnaars maar ook de mannen uit de tweede lijn lieten de favorieten nooit te ver
rijden. Gans het seizoen door bleef het puntenverschil speelbaar. Tot ene Eric
Limbourg er serieus een snok aan gaf. Limbourg ging winnen, wisten de kenners.
Maar dat was dan weer zonder Deno-Herbots gerekend. Toen kwam Jos Thoné
opzetten. Zette zich een tijd netjes in het wiel. Effen later was het erop en
erover…
Limburger en wereldburger Jos Thoné uit Niel-bij-As is meteen
eindwinnaar…
Zelden werd een nationaal duivenspektakel zo op de voet gevolgd. Met Jos
Thoné op één krijgt de BELGIAN FLYING CUP 2007 een oververdiende winnaar…
NIEL-bij-As.-
Het moet ondertussen zo’n beetje vijfentwintig jaar geleden zijn. Wijlen Jean
Deglin was toen ontegensprekelijk het stamhoofd van een stuk duivensport in
Limburg. Jean kende zo goed als elke liefhebber. Deglin wist millimeterjuist
alle betere duiven zitten. Naam, straat en huisnummer. En als het echt nodig
was, ratelde hij zelfs het telefoonnummer zomaar uit het hoofd.
Zijn leven lang was Deglin ook beste vriend geweest met Jef Carlens. Tot het
bericht kwam dat Jef in Zepperen uit het leven was gestapt.
Zo kwam het dat wij in die jaren vrij regelmatig in Hoepertingen voet aan de
grond durfden zetten. Met een stuk Limburgse gastvrijheid werden wij elke keer
ontvangen. We horen het Jean nog zeggen…
“-Vrouw bakt eens gauw een portie fritten. En doet er maar een extra
dikke biefstuk bovenop.”
Deglin was fier op Limburg. En als we hem mochten geloven, waren de
“patatten” daar het best. Het vlees van eigen kweek nooit te overtreffen. En
tussen de maaltijd mocht enkel Cristal Alken.
“-Stella en Lamot zijn vergif,” zegde Jean. “Cristal is ’t beste bier.
En dat maken wij. Hier in Limburg, beste vriend.”
Maar zoals gezegd: Deglin kende alles en iedereen die ook maar iets met
duivenspel te maken mocht hebben.
Jean sprong recht, tikte tegen zijn derde Cristal Alken. Als hij dat deed, was
er altijd groot nieuws…
“-Manneke,” zegde Deglin, “ik ga je wat zeggen… Ik ben laatst in Niel
bij Peeters geweest. Tuurlijk ken ik vader Peeters goed maar daar gaat het nu
effen niet om. Ik ben daar een ventje tegengekomen, ik heb dat “menneke” een
kwartiertje gesproken. En ‘k weet genoeg. Ik zeg je vandaag: bij Peeters gaan
ze vlammen. Peeters wordt het beste en strafste kot van heel Limburg. Op
voorwaarde dat dat ventje een beetje zijn goesting mag doen.”
Twee jaar later. Deglin kreeg weer eens gelijk. Tegen Peeters en Zoon was niet
te spelen. Zoon Norbert zorgde voor een stuk gezondheid, Vital knutselde nieuwe
hokken en heel nieuwe systemen in mekaar, vader Peeters zag dat het goed was en
dat “menneke” zette de lijnen uit.
Nog een eind later: Peeters werd alsmaar beter. Geen enkele uitdaging werd uit
de weg gegaan. De prijzenkast was al lang veel te klein.
“-Ge gaat het niet geloven,” zegde Deglin ons later. “Zoveel succes is
alleen het werk van die snotter. Maar ‘k moet zien wat ik zeg… Ik heb immers
horen zeggen dat hij niet alleen voor de duiven komt. Dat kereltje zou zowaar
zijn oog laten vallen hebben op de dochter. Ze zeggen dat dat “menneke”
smoorverliefd is.” Juist. Op Gaby ja…
"Ik
zeg het eerlijk: ik heb hier toch wel een paar nachten wakker van
gelegen..."
(Jos Thoné)
Effen
later zijn we toen zelf maar naar As gefietst. Vader Peeters zag zijn winkeltje
prachtig draaiën, dierenarts Norbert kon op een bepaald moment zijn eigen
klanten niet meer bijbenen: Peeters was een succesnummer…
En dat “menneke” zoals Deglin hem noemde, kreeg langzaam maar zeker een
naam.
Jos Thoné, aangenaam!
Jos was een buurjongen, Jos was zot van duiven. Jaren en jaren heeft hij ten
huize Peeters lopen klooiën en ploeteren. Na een eind kreeg hij zelfs de
sportieve leiding.
Gedreven en met ambitie als een huis tilde Thoné Peeters boven zoveel
concurrentie uit. Van vitesse tot fond, van midfond tot overnachting: op elk
onderdeel zette Jos zijn eigenzinnige stempel.
Hij herschikte systemen, zette het kweekhok naar zijn hand. Liep elke dag op de
tippen van zijn tenen. Want er was niet alleen vader Peeters. Er was tenslotte
ook nog de dochter… Hij heeft ze uiteindelijk meegenomen.
Jaren later en na een woord links en rechts spreekt Jos Thoné nog steeds met
heel veel eerbied over wat hij bij zijn schoonvader ooit heeft mogen doen.
“-Ik heb daar inderdaad een stuk duivenstiel mogen leren,” zegt Jos. “In
zoverre zelfs dat ik na een handvol jaren compleet mijn goesting mocht doen.
Sportief gingen we alsmaar hoger en beter vliegen. En zo kwam het dat Peeters op
de duur Thoné is geworden. Ik mocht bijna vrijelijk mijn eigen accenten leggen,
ik durfde te experimenteren. En op eigen houtje gaf ik het ouderwetse duivenspel
een nieuwe wending. Pasop, er zijn en blijven altijd de verdiensten van Vital en
van Norbert… Maar “den deze” moest het wel allemaal bedisselen, snap je.
Ik ga nooit natrappen maar hoeveel tijd en ambitie ik ooit in die duiven heb
gestopt… Ik weet het niet. Natuurlijk krijg je na een aantal jaren dan ook te
horen waarom ik dat allemaal maar bleef doen? Gij zijt zot, zegden ze mij vlak
in het gezicht. Maar nogmaals: ik deed het simpelweg graag. En er was tenslotte
mijn lief. Vandaag mijn vrouw…”
Nog
wat later: Thoné is toen weg gegaan. Een eind verderop. Naar zijn nieuw
gebouwde huis, naar zijn vers gebouwde hokken. Ook Thoné wou huisje, tuintje,
boompje. Jos wou zijn eigen leven en zijn eigen weg. Samen met zijn Gaby.
En opnieuw werd het een succesverhaal… In geen tijd werd hij wereldkampioen,
hij won gouden duiven, kroop via Limburg naar de hoogste duiventoppen in dit
land. Thoné vlinderde door het leven alsof het niks was.
Duivengazetten toverden ongezien de meest overtreffende superlatieven uit de
kast. Thoné werd zowaar een fenomeen. Een heuse vedette… Limburger,
wereldburger, weet je wel… Jos kreeg plots handenvol vrienden en zoveel mensen
mochten kameraad tegen hem zeggen. Zelfs internationaal is de naam Thoné nog
altijd een keurmerk. Thoné: een vlaggenschip.
Maar zelf is hij amper anders geworden. Thoné is nog steeds die voorbeeldige
prater, Jos houdt van mensen en mensen houden van hem…
Jos
Thoné – dat is bekend – gaat een eigen stuk verantwoordelijkheid nooit uit
de weg. Hij denkt over dingen na. Hij overweegt maar één keer en als hij denkt
dat hij juist zit, laat hij niet meer los. Dan is Thoné een sterkhouder. Met
weinig nog uit het veld te slaan…
“-Topsport – ook met duiven – is op zich een vrij egoïstisch wereldje,”
zegt Thoné. “Zoveel dingen die je doet, doe je alleen. Elke keer opnieuw stel
je doelen waar je naartoe wil… Soms lukt dat, soms loopt dat iets minder. Maar
één ding kan niet en dat is voor verwarring zorgen op een duivenhok. Met half
werk en halve maatregelen haalt een mens nooit resultaat. Duivenspel is een vak
dat vooral vandaag tot in de puntjes moet uitgevoerd. Het is inderdaad topsport
tout-court… Dat betekent dat het allemaal vrij netjes in de haak moet zitten:
goeie hokken, perfecte gezondheid, goeie verzorging, bikkelharde training…
Heel vroeger durfde het nog eens voor te vallen dat toeval in duivenland een rol
van betekenis speelde. Maar dat is vandaag veel minder het geval. Op zoveel
plaatsen zijn melkers een stuk onzekerheid gaan weg gommen. Vooral de betere
liefhebbers kleuren nog maar heel zelden buiten de lijntjes. Ik herinner mij nog
perfect mijn jonge jaren bij Peeters. Nationaal waren het vooral de
Westvlamingen die het fondspel in handen hadden. Terwijl internationaal dan weer
de Hollanders kwamen piepen…Die kloof is nooit te dichten, werd gezegd.
Onhaalbare kaart, zo leek het wel… Maar wie over het muurtje wil gaan kijken,
wie wil leren en de kans krijgt om te zien hoe het elders werkt… Alleen op die
manier kun je het gat dicht rijden. Dat is na een eind op heel veel plaatsen in
Limburg ook gelukt. En dat doet deugd… Daar hebben wij het samen voor gedaan
toch… Neem nu onze vrienden uit Genk. Harinck-Poelmans om er ééntje te
noemen. Wat zij daar laatst op Barcelona uit hun mouw hebben geschud is geen
toeval éh… Roger heeft daar hard aan gewerkt. En dan gebeuren zo’n dingen.
Roger is die morgen niet in zijn onderbroek uit bed gestapt omdat hij droomde.
Neen, hij is gewoon met heel veel ambitie uit dat bed gerold omdat hij ergens
zeker was dat het kon lukken. Wellicht zit achter deze winst wel een flink stuk
strategie. Een trainer die op het juiste moment het laatste stukje motivatie uit
de kast kan halen…”
Jos
Thoné is dezer dagen één van de gelukkigste mensen ter wereld. Het rolt, het
draait. Zoveel succes is amper nog te overzien.
Het kwieke, wat zenuwachtige kereltje van zoveel jaren geleden is meer en meer
een wat wijze man geworden. Jos heeft het spelletje helemaal onder de knie. Maar
boven alles zit er zoveel meer rust in zijn kop dan toen.
“-Met een dag ouder worden ga je inderdaad net iets relaxter met de dingen
om,” zegt de Limburger. “Maar om te lukken, moet je wel elke dag je ambitie
staande houden. Vergelijk het met Tia Hellebaut… Eerst leggen ze voor haar de
lat op 1.95 meter. Terwijl ze centimeter na centimeter naar die 2.05 meter wil
gaan. Een beetje een gelijkaardig stapvoets hindernissen-parcours zit ook vervat
in duivensport. Elke dag dat ietsje meer, dat ietsje beter. Duivenspel is nooit
eindig, weet je wel… Klaar, aan de pure basisprincipes kun je op de duur nog
moeilijk rommelen maar soms zijn er nog wel accenten die net iets steviger
kunnen gelegd. Om dan te zien of het werkt…”
Jos Thoné: het fenomeen-van-toen, de jonge turk die in Limburg veel op zijn kop
durfde te zetten, is evenwel nog even ambitieus als jaren geleden. Met een paar
heel goeie, helpende handen heeft hij anno 2007 maar weer één van zijn
allerbeste seizoenen achter de rug. Top op zoveel fronten, in de vuurlijn van
mei tot september.
“-Het klopt dat ik bezwaarlijk kan klagen,” zegt hij. “Samen met mijn
trouwe luitenanten hebben wij uit de kast gehaald wat er in zat. Op alle fronten
hebben we ons mannetje kunnen staan. Dan is er weinig te klagen zeker…”
Jos
Thoné is anno 2007 opnieuw een veelwinnaar gebleken. Maar zijn allergrootste
succes is onmiskenbaar die eerste Belgian Flying Cup 2007.
In zijn wiel zit met Deno-Herbots, Eric Limbourg, Raf Luyckx, Georges Carteus,
Jos Joosen en o.m. Chris Hebberecht heel schoon volk.
“-Het is een monster,” zegt Thoné. “Ik vertel je echt geen geheim als ik
zeg dat je op de duur van dit soort uitdaging wakker gaat liggen. Alles gaat
beginnen spelen op een bepaald moment. Eerst zie je Eric Limbourg daar fluitend
door dat peleton flitsen, plots haalt dan weer Jos Deno-Herbots alles uit de
kast, Raf Luyckx blijft in het wiel maar zelfs kerels als een Marcel Aelbrecht,
een Jan Ennekens of een Marc De Cock haken nooit af. Tot de laatste snik is het
allemaal speelbaar gebleven. Ook al omdat het hele puntensysteem zo zenuwachtig
in mekaar blijkt te zitten. En je moet elke keer op de afspraak zijn natuurlijk.
Heel eerlijk: ik loop nu toch al wat jaren mee in deze sport maar nooit heb ik
iets vergelijkbaars mogen meemaken. Dit is – zonder meer – absolute
topsport. In geen enkele rit mag je foutjes maken of dat halve peleton flitst je
voorbij. Dit is absoluut ongezien spektakel. Maar het allerbelangrijkse: deze
Belgian Flying Cup is de eerlijkheid zelve. Qua wind, ligging of de massa aan
duiven zoals ze dat noemen krijg je over een gans seizoen een soort sportieve
nivellering. Maar mals is het op geen enkel moment geweest.”